[Migraine] [Trigeminusneuralgie] [TMJ-syndroom] [Spanningshoofdpijn] [Atypische aangezichtspijn] [Cervicogene hoofdpijn] [Analgetica-geïnduceerde hoofdpijn] [Cluster headache]

Hoofdpijn

Diagnostiek van Hoofdpijn geschiedt aan de hand van de Classificatie van de International Headache Society (ICD-10 Guide for Headaches. Cephalalgia 17 (S19), 1997, ISSN 0800-1952). Waar van toepassing is de voorgestelde behandeling gebaseerd op richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Neurologie (Ned Tijdschr v Geneesk 143:295-300, 1999).

Een uitstekend en toegankelijk boek over Hoofdpijn is:
"alles over hoofdpijn en aangezichtspijn"
dr. Michel Ferrari & dr. Joost Haan

Klik boven in het menu op de soort Hoofdpijn waarover U informatie wil hebben.



Migraine

Diagnose van migraine:

1. Hoofdpijn duurt 4-72 uur (onbehandeld)
2. Minstens twee van de volgende criteria:

  1. Eénzijdig
  2. Kloppend van karakter
  3. Matige tot heftige pijn
  4. Verergering bij fysieke inspanning

3. Minstens één van de volgende criteria:

  1. Misselijkheid
  2. Foto- en fono-fobie

Diagnose van migraine met aura:

1. Minstens 2 aanvallen voldoend aan 2.
2. Minstens 3 van de volgende 4:

  1. Eén of meer volledig reversibel aura symptoom, passend bij focale cerebrale corticale of hersenstam dysfunctie
  2. Minstens 1 aura symptoom ontstaat geleidelijk in meer dan 4 minuten, of 2 of meer symptomen volgen elkaar op.
  3. Geen aura symptoom duurt langer dan 60 minuten. Als meer dan 1 aura symptoom optreedt neemt de toegestane duur proportioneel toe.
  4. De hoofdpijn volgt binnen 1 uur na de aura

Aanvalsbehandeling van migraine (stapsgewijs):

  1. Paracetamol of acetylsalicylzuur: 2-6 tabletten/ zetpillen van 500 mg
  2. Bovenstaande, voorafgegaan (30 minuten) door:
    metoclopramide 20 mg of domperidon 60 mg
  3. NSAID's
    • Naproxen 1-2 tabl/ supp van 500 mg
    • Tolfenaminezuur 1-2 tabl van 200 mg
    • Diclofenac 1-2 tabl/ supp van 50-1000 mg
    • Ibuprofen 1-2 tabl van 600 mg
    • Ketoprofen 1-2 supp van 100 mg
  4. Specifieke middelen
    • Sumatriptan tabl 50-100 mg, max 300 mg/ 24 uur
    • Sumatriptan sc injectie 6 mg, max 12 mg/ 24 uur
    • Sumatriptan neusspray 20 mg, max 40 mg/ 24 uur
    • Naratriptan tabl 2,5 mg, max 5 mg/ 24 uur
    • Zolmitriptan tabl 2,5 mg, max 10 mg/ 24 uur
    • Rizatriptan tabl 5-10 mg, max 20 mg/ 24 uur
    • Ergotamine tabl/ supp van 1-2 mg, max 1 dag per week

Preventieve behandeling van migraine (bij meer dan 2 aanvallen per maand)

dagdosis mogelijke bijwerkingen
propanol 40-240 mg moeheid, duizeligheid, koude vingers, depressie
metprolol 150-200 mg idem
atenolol 50-100 mg idem
na-valproaat 1000-1500 mg haaruitval, tremor, gewichtstoename
pizotifeen 0,5-3 mg sedatie, gewichtstoename, obstipatie
methysergide 2-6 mg sedatie, depressie, retroperitoneale fibrose
flunarizine 5-10 mg sedatie, depressie, gewichtstoename

Top


Trigeminusneuralgie

Diagnose van Trigeminusneuralgie:

A. Paroxysmale aanvallen van faciale of frontale pijn die duren van enkele seconden tot maximaal 2 minuten.

B. De pijn heeft ten minste 4 van de volgende karakteristieken:

  1. Verdeling over één of meerdere takken van de nervus trigeminus.
  2. Pijn is acuut, intense, scherp, oppervlakkig, stekend of brandend van aard.
  3. De intensiteit is hevig.
  4. Provocatie door "trigger points", of door bepaalde dagelijkse activiteiten zoals eten, spreken, gezicht wassen, tanden poetsen.
  5. Tussen de aanvallen door is de patiënt volledig klachtenvrij.

C. Er zijn geen afwijkingen bij neurologisch onderzoek.

D. De aanvallen zijn stereotiep voor elke individuele patiënt.

E. Andere oorzaken van aangezichtspijn zijn uitgesloten door anamnese, lichamelijk onderzoek of aanvullend onderzoek (MRI brein en hersenstam).

Behandeling van Trigeminusneuralgie:

  1. Carbamazepine 100 - 800 mg per dag.
  2. Een goed alternatief is oxcarbazepine 150 - 1800 mg per dag.
  3. Bij onvoldoende respons kan men baclofen bijgeven, 3 x 5 mg per dag op te titreren naar maximaal 80 mg per dag.
  4. Andere mogelijkheden voor refractaire gevallen zijn clonazepam, phenytoïne, valproaat.
  5. Bij onvoldoende respons op farmacotherapie kan men een radiofrequente laesie van het ganglion van Gasser ('Sweet') overwegen.

Top


TMJ-syndroom

Temporomandibular joint syndrome ('TMJ' syndrome)

Diagnose van TMJ syndrome:

A. Ten minste twee van de volgende symptomen zijn aanwezig:

  1. Pijn in de kaak die wordt uitgelokt door bewegen of aanspannen van de kaak.
  2. Bewegingsbeperking van de kaak.
  3. Geluid tijdens bewegen in het temporomandibulaire gewricht.
  4. Pijn bij palpatie van het temporomandibulaire gewricht.

B. Er zijn afwijkingen op Röntgenopnamen en/ of isotoop scintigrafie.

C. De pijn is matig en gelokaliseerd aan het temporomandibulair gewricht en/ of van daaruit uitstralend.

Behandeling van TMJ syndrome:

Behoudens specifieke tandheelkundige interventies (nachtelijke opbeetplaat, gewrichtsnettoyage, e.d.) kan men de volgende therapieën overwegen:

  1. Behandeling met antidepressiva, bijv. amitriptyline 10 mg - 100 mg per dag.
  2. Transcutane elektrische zenuw stimulatie (TENS).
  3. Radiofrequente laesie van het "Dorsal Root Ganglion (DRG)" van de zenuwwortels C2 of C3.

Top


Spanningshoofdpijn

Diagnose van episodische spanningshoofdpijn:

  1. Minstens 10 episodes; <180 dagen per jaar of < 15 dagen per maand hoofdpijn
  2. Hoofdpijnduur 30 minuten tot 7 dagen
  3. Minstens 2 van de volgende:
    1. Drukkende hoofdpijn
    2. Milde of matige pijn
    3. Bilaterale pijn
    4. een verergering bij fysieke inspanning
  4. Beide volgende
    1. Geen misselijkheid
    2. Geen foto- én fono-fobie (een van de 2 mag wel)
  5. Geen andere verklaring voor de hoofdpijn

Diagnose van chronische spanningshoofdpijn:

  1. > 15 dagen/ maand en minstens 6 maanden/ per jaar hoofdpijn
  2. Verder als onder de episodische hoofdpijn

Behandeling van episodische spanningshoofdpijn:

  1. Probeer uitlokkende factoren te vermijden
  2. Vermijd overmatig gebruik van pijnstillers
  3. Fysiotherapie
  4. Overweeg 'Hoofdpijncursus' (Bijv. Groene Kruis)
  5. Amitriptyline of andere antidepressiva zijn zelden nodig

Behandeling van chronische spanningshoofdpijn:

  1. Als episodische hoofdpijn
  2. Amitriptyline 10-75 mg 's avonds (kans op verbetering 40%)
  3. Overweeg verwijzing psychiatrie

Niet effectief zijn: propanolol, na-valproaat, benzodiazepinen, triptanen.

Top


Atypische aangezichtspijn

Diagnose van atypische aangezichtspijn:

  • De pijn is dagelijks aanwezig en gedurende het grootste deel van de dag.
  • In het begin is de pijn beperkt tot een gedeelte van het gelaat, meestal aan een zijde van de nasolabiaalplooi of kin. De pijn kan zich uitbreiden naar de boven- of onderkaken, of een uitgebreider gebied van gelaat of nek.
  • De pijn gaat niet gepaard met een sensibiliteitsverlies of andere fysieke symptomen.
  • Aanvullend onderzoek, waaronder Röntenfoto's van gelaat en kaken, laten geen afwijkingen zien.

Behandeling van atypische aangezichtpijn:

De behandeling is vaak onbevredigend, men kan de volgende therapieën overwegen:

  1. Behandeling met antidepressiva, bijv. amitriptyline 10 mg - 100 mg per dag.
  2. Transcutane elektrische zenuw stimulatie (TENS).
  3. Radiofrequente laesie van het ganglion sphenopalatinum

Top


Cervicogene hoofdpijn

Cervicogene hoofdpijn is nog altijd een controversieel begrip en wordt dan ook niet als zodanig in de IHS-classificatie genoemd. De diagnose wordt wel genoemd in de IASP-classificatie. In de Nederlandse praktijk wordt de diagnose gehanteerd, dus het leek zinvol de criteria van Sjaastad hieronder te formuleren (Headache 38: 442-445, 1998).

Diagnose van Cervicogene Hoofdpijn:

De diagnose kan gesteld worden als minimaal aanwezig zijn:
1.a1. en/ of 1.a.2,
2 en 3.

  1. Betrokkenheid van de cervicale wervelkolom:
    1. Men kan de voor de patiënt kenmerkende hoofdpijn opwekken door:
      1. Een specifieke nekbeweging en/ of een langer (1 minuut) volgehouden uiterste bewegingsstand van het hoofd.
      2. Door palpatie van de occipitale of hoog-cervicale regio aan de symptomatische zijde.
    2. Verminderde beweeglijkheid in de cervicale wervelkolom.
    3. Ipsilaterale pijn aan nek, schouder, arm, van een non-radiculair karakter, of pijn in de arm van radiculair karakter.
  2. Positief resultaat van een diagnostisch zenuw blok met een lokaal-anestheticum. Dit mag een proef blok van de n. occipitalis major/ minor, wortel C2/C3, of cervicale facetgewrichten zijn.
  3. De hoofdpijn is strikt unilateraal (en altijd aan dezelfde zijde).

Behandeling van Cervicogene Hoofdpijn:

Vanwege het controversiële karakter van de diagnose van Cervicogene Hoofdpijn is een standaard-therapie hier niet te geven. Naast de farmacotherapie voor spanningshoofdpijn kan men invasieve pijnbestrijding overwegen. In aanmerking komen dan:

  • Lokale infiltratie (marcaïne en methylprednisolon) van de n. occipitalis major.
  • Denervatie van de facetgewrichten C3-6 middels radiofrequentie.
  • Radiofrequente laesie van het "Dorsal Root Ganglion (DRG)" van de wortels C2-4, na positieve proefblokkade.

Top


Analgetica-geïnduceerde hoofdpijn

Medicatie-afhankelijke hoofdpijn

Denk altijd aan medicatie-afhankelijke hoofdpijn als de patiënt klaagt over dagelijkse hoofdpijn

Diagnose van medicatie-afhankelijke hoofdpijn:

  1. Treedt op na dagelijks medicijn gebruik gedurende > 3 maanden.
  2. Een bepaald minimum hoeveelheid *.
  3. De hoofdpijn is chronisch (> 15 dagen per maand)
  4. De hoofdpijn verdwijnt binnen 1 maand na het stoppen van de pijnstillers.

      *

    1. > 50 g aspirine per maand of equivalent van andere analgetica.
    2. > 100 tabletten per maand met barbituraten of andere non-narcotica.
    3. Een of meer narcotica.
    4. (vrijwel) Dagelijks gebruik van ergotamine.

Behandeling van medicatie-afhankelijke hoofdpijn:

  1. Herkennen.
  2. Goede uitleg aan de patiënt.
  3. Stop alle pijnstillers, specifieke anti-migraine-middelen en preventieve behandeling minstens 3 maanden.
  4. Stel andere zorgverleners op de hoogte van diagnose en behandeling, zodat de patiënt niet weer andere medicatie voorgeschreven krijgt. Zorg zo nodig voor extra begeleiding.
  5. Laat de patiënt over 3 maanden terugkomen, en laat de laatste 4 weken hiervan een dagboek door de patiënt bijhouden.
  6. Ziekenhuisopname is zelden nodig.
  7. Geef geen ondersteunende medicatie, behalve in uitzonderingsgevallen amitriptyline.
  8. Stel aan het einde van de ontwenningsperiode een diagnose aan de hand van de resterende hoofdpijnklachten.


Na de ontwenningsperiode kan de patiënt weer medicatie gebruiken voor de eventueel resterende hoofdpijn, maar onder strikt toezicht (van huisarts of specialist) en in beperkte mate (niet meer dan op 1 dag per week).

Top


Cluster headache

Cluster Hoofdpijn

Diagnose van Cluster Hoofdpijn ('Hortonse Neuralgie'):

1. Aanvallen die (onbehandeld) 15 tot 180 minuten duren
2. De pijn is strikt éénzijdig gelokaliseerd, rondom, achter, of in één oog, ofwel ter hoogte van de slaap
3. Er moet tenminste één van de volgende bijverschijnselen zijn:

  • Een rood oog
  • Een tranend oog
  • Een verstopte neus
  • Een loopneus
  • Een zwetend voorhoofd
  • Een nauwe pupil
  • Een hangend ooglid
  • Zwelling van het ooglid

Aanvalsbehandeling van Cluster Hoofdpijn:

  1. Zuurstofinhalatie (100% O2, 7 liter per minuut), per mond/ neuskapje.
  2. Sumatriptan sc injectie 6 mg.
  3. Ergotaminetartraat 2-4 mg sublinguaal.

Preventieve behandeling van Cluster Hoofdpijn:

  1. Verapamil 240-480 mg per dag.
  2. Methysergide 3-6 mg per dag, niet langer voorschrijven dan 4 maanden i.v.m. risico op retroperitoneale fibrose.
  3. Prednison kan gegeven worden, hoewel gecontroleerde studies ontbreken.
  4. Lithium (op geleide van bloedspiegels). Het geeft echter interacties met vele andere middelen.
    Blokkade van het ganglion sphenopalatinum middels een thermolaesie kan effectief zijn, hoewel gecontroleerde studies ontbreken.

Top