[Sympathische Reflex dystrophie] [Fantoompijn] [Gordelroos/Postherpetische neuralgie] [Centrale pijn] [Perifere de-afferentatiepijn]

Neuropathische pijn

Neuropathische pijn is acute of chronische pijn waarvan het aannemelijk is dat het wordt onderhouden door een abnormale somatosensorische impuls-verwerking in het perifere of centrale zenuwstelsel. Een en ander impliceert dat een neurologische laesie ten grondslag ligt aan het pijnsyndroom. Is er geen neurologisch letsel vast te stellen, dan kan men niet spreken van neuropathische pijn. Het is in dat geval logischer te spreken van idiopathische pijn. Een uitzondering wordt hier gemaakt voor CRPS1 (voorheen sympathische reflex dystrophie). Hoewel de oorzaak hiervan niet bekend is, maakt het bijbehorende symptomencomplex het aannemelijk dat we hier te maken hebben met een neuropathisch pijnsyndroom.

Kies boven in de menubalk over welk neuropathisch pijnsyndroom U informatie wil hebben:


Sympathische Reflex dystrophie

Complex Regional Pain Syndrome type 1

CRPS1 (vroeger genoemd sympathische reflexdystrofie, Südeckse dystrophie enz.) is een raadselachtige aandoening waarvan de oorzaak niet bekend is. Een specifieke test bestaat er niet. De diagnose stelt men op basis van klinische criteria (IASP 1994).

Diagnose van CRPS1:

  1. Aanwezigheid van een initiërende, uitlokkende gebeurtenis of een oorzaak van immobilisatie.
  2. Continue pijn, allodynie, of hyperpathie in een extremiteit, waarvan de pijn disproportioneel ernstiger wordt aangegeven dan op grond van de initiërende gebeurtenis verwacht mag worden.
  3. De aanwezigheid van zwelling, veranderde doorbloeding van de huid, of abnormale sudomotorische activiteit van de extremiteit moet op enig tijdstip objectief zijn vastgesteld.
  4. De diagnose is uitgesloten als er andere aandoeningen bestaan die de mate van pijn en dysfunctie kunnen verklaren.

Behandeling van CRPS1:

  1. Lokale applicatie van DMSO-crème.
  2. Intraveneus infuus met mannitol.
  3. TENS
  4. Fysiotherapie
  5. Radiofrequente laesie van de plexus sympathicus (cervicaal of lumbaal).
  6. Farmacotherapie van neuropathische pijn.
  7. Bij ernstige, therapie-resistente gevallen kan Epidurale Spinale Electro Stimulatie (ESES) overwogen worden.

N.B. Van zg. RIS-blokkades is inmiddels overtuigend aangetoond dat deze niet werkzaam zijn, voor een literatuuroverzicht zie het elektronische tijdschrift Bandolier.
Top

Fantoompijn

De gerapporteerde prevalentie van fantoompijn varieert van 1-50 % na amputatie. Patiënt geeft pijn aan in het geamputeerde lichaamsdeel. Pijn wordt vaak beschreven als krampend, brandend, trekkend. Vaak zijn er exacerbaties gesuperponeerd op een basis-pijn. Differentiaal-diagnostisch moet het onderscheiden worden van stomp-pijn.

Behandeling van fantoompijn:

  1. TENS
  2. Fysiotherapie
  3. Radiofrequente laesie van de plexus sympathicus (cervicaal of lumbaal).
  4. Farmacotherapie van neuropathische pijn

Bij ernstige, therapie-resistente gevallen kan Epidurale Spinale Electro Stimulatie (ESES) overwogen worden.

Top

Gordelroos / Postherpetische neuralgie

Infectie met Varicella Zoster kan in het acute stadium pijnlijk zijn (gordelroos), maar kan ook na het verdwijnen van de infectie een de-afferentatie pijn veroorzaken en wordt dan postherpetische neuralgie genoemd.

Diagnose van gordelroos (herpes zoster acuta):

  1. Pijn in het verzorgingsgebied van één of meerdere zenuwwortels. Pijn wordt omschreven als dof, brandend, jeukend, elektrisch, of schietend.
  2. In het zelfde gebied verschijnt binnen 1 week na het ontstaan van de pijnjklachten de typische erythemateuze vesiculaire huiduitslag.
  3. Een en ander kan gepaard gaan met verschijnselen van systemische infectie (koorts, lymfadenopathie).

Behandeling van gordelroos:

  1. Farmacotherapie van pijn volgens WHO-schema
  2. Antivirale therapie is niet geïndiceerd bij patiënten met een normaal immuunsysteem.
  3. Ter voorkoming van oogafwijkingen is antivirale therapie wel geïndiceerd bij herpes zoster ophtalmicus.
  4. Ter voorkoming van postherpetische neuralgie worden wel antivirale middelen, cortcosteroïden per os en via epidurale injectie van de betrokken zenuwwortel geadviseerd. Bewezen werkzaam zijn deze behandelingen niet.

Diagnose van postherpetische neuralgie:

Hoewel er geen formeel geaccepteerd tijdsverloop is voordat men kan spreken van postherpetische neuralgie, kan men in de praktijk de diagnose stellen bij het persisteren van de bovengenoemde pijnklachten langer dan 1 maand na het verdwijnen van de huidafwijkingen.

Behandeling van postherpetische neuralgie:

  1. Antivirale middelen hebben geen effect
  2. Reguliere analgetica hebben vaak onvoldoende effect.
  3. Lokale applicatie van capsaïcine (0,075% in Lanette crème I FNA)
  4. Lokale applicatie van EMLA crème
  5. Farmacotherapie van neuropathische pijn
  6. TENS

(Bron: Geneesmidddelenbulletin 31: 53-58, 1997)

Top

Centrale pijn

Men spreekt van centrale pijn bij regionale pijn, veroorzaakt door een laesie in het centrale zenuwstelsel, gewoonlijk gepaard gaand met een afwijkende sensibiliteit voor temperatuur en pijn. De lokalisatie van de pijn correleert neuro-anatomisch met de laesie in de hersenen of ruggenmerg. Cerebrovasculaire accidenten, multiple sclerose, en traumatische ruggemerglaesies zijn frequente oorzaken van centrale pijn.

Behandeling van centrale pijn:

  1. TENS
  2. Fysiotherapie
  3. Radiofrequente laesie van de plexus sympathicus (cervicaal of lumbaal).
  4. Farmacotherapie van neuropathische pijn
  5. Bij ernstige, therapie-resistente gevallen kan Epidurale Spinale Electro Stimulatie (ESES) of cerebrale thalamus stimulatie overwogen worden.

Behandeling van centrale pijn is vaak teleurstellend. Soms verminderen de klachten spontaan, maar vaak persisteert deze pijn.

Top

Perifere de-afferentatiepijn

Perifere de-afferentatiepijn is een verzamelnaam voor perifere neurologische aandoeningen die neuropathische pijn tot gevolg hebben. In de praktijk gaat om vaak twee aandoeningen: de causalgie en de polyneuropathie. Er zijn uiteraard nog meer aandoeningen die met de-afferentatiepijn gepaard gaan (plexuslaesies e.d.) maar deze zijn zeldzamer en worden in principe therapeutisch hetzelfde benaderd.

Diagnose van causalgie (ook wel CRPS2):

  1. Identiek aan CRPS1, met dit verschil dat de klachten en symptomen zijn gelokaliseerd in het verzorgingsgebied van de gelaedeerde zenuw.
  2. Er moet een gedocumenteerd zenuwletsel aanwezig zijn.

Behandeling van causalgie:

  1. TENS
  2. Fysiotherapie
  3. Radiofrequente laesie van de plexus sympathicus (cervicaal of lumbaal).
  4. Farmacotherapie van neuropathische pijn.
  5. Bij ernstige, therapie-resistente gevallen kan Epidurale Spinale Electro Stimulatie (ESES) overwogen worden.

Pijnlijke polyneuropathie

Het valt buiten het bestek van deze website om uit te weiden over de diagnostiek van polyneuropathie. De diagnose polyneuropathie moet door een neuroloog gesteld worden, bij voorkeur bevestigd door afwijkingen op neurografie en electromyogram.

Behandeling van pijn bij polyneuropathie:

  1. TENS
  2. Fysiotherapie
  3. Radiofrequente laesie van de plexus sympathicus (cervicaal of lumbaal).
  4. Farmacotherapie van neuropathische pijn

Top