Invasieve pijnbestrijding
Zenuwblokkades vinden in het algemeen plaats door de te blokkeren zenuwstructuur te lokaliseren met een naald die daarna wordt verhit met radiofrequente stroom. In principe is dit een definitieve behandeling. Enkele uitzonderingen daargelaten vindt vóór deze behandeling een proefbehandeling met een lokaal-anaestheticum plaats om er zeker van te zijn dat blokkeren van deze zenuw ook daadwerkelijk tot klachtenreductie leidt.
Nagenoeg alle behandelingen vinden plaats in dagverpleging. Uitgebreide patiënteninformatie kunt U elders op deze site vinden.
Contra-indicaties voor het ondergaan van zenuwblokkades zijn:
Ook pijnsyndromen die zich over een groot gebied uitstrekken (bijv. fibromyalgie) zijn niet adequaat te behandelen met zenuwblokkades.
Technieken voor anesthesiologisch invasieve pijnbestrijding kunnen worden onderverdeeld
in technieken waarbij pijnvermindering wordt nagestreefd door:
Alvorens over te gaan tot een RF-lesie behandeling(en) worden meestal eerst prognostische blokkaden verricht met een lokaal anestheticum. Het doel van een prognostische blokkade is om te beoordelen of de betrokken zenuwstructuur bijdraagt aan de pijngeleiding en het vaststellen van een mogelijk therapeutische effect. Voor sommige behandelingen worden geen prognostische blokkades verricht:
Klik hier voor een korte beschrijving van de beschikbare technieken in de invasieve pijnbestrijding
Ganglion Gasseri blokkade ('Sweet')
Ganglion Sphenopalatinum blokkade
Facetdenervaties
Dorsal Root Ganglion laesies
Sympathicus blokkades
Epidurale injecties
Plexus coeliakus blokkade
Cervicale Chordotomie
Intrathecale morfine toediening
Epidurale Spinale Elektrische Stimulatie (ESES)
Ganglion Gasseri blokkade (volgens Sweet).
Indicatie: essentiële trigeminus neuralgie
Target structuur: het ganglion van Gasseri.
Mogelijke bijwerkingen:
In negentig procent van de behandelde patiënten is de pijn onmiddellijk weg, soms kan de oorspronkelijke aangezichtspijn nog enkele weken blijven bestaan. Het recidief percentage is 20-30% binnen 2 jaar.
Ganglion Sphenopalatinum blokkade
Indicatie:
Target structuur: ganglion sphenopalatinum
Mogelijke bijwerkingen: Een hypesthesie van het palatum kan optreden welke meestal
tijdelijk is. Napijn gelokaliseerd in het aangezicht kan enkele weken optreden. Direct na
de behandeling kan tijdelijk een bloedneus optreden.
Facetdenervaties
Indicatie: cervicale facet blokkade zijn:
Target structuur: de mediale tak van de ramus dorsalis van de cervicale
segmentale zenuwen. Ieder facet gewricht bisegmentaal wordt geïnnerveerd. Een behandeling
wordt meestal op meerdere niveaus tegelijk uitgevoerd b.v. C3 tot C6.
Mogelijke bijwerkingen: een brandende napijn in de nek bij 10-15% van de patiënten
welke spontaan geneest na enkele weken.
Target structuur: de mediale tak van de ramus dorsalis van de thoracale
segmentale zenuwen.
Mogelijke bijwerkingen: een brandende napijn ter plaatse bij 10-15% van de
patiënten welke spontaan verdwijnt na enkele weken
Target structuur: de mediale tak van de ramus dorsalis van de lumbale segmentale
zenuwen.
Mogelijke bijwerkingen: een brandende napijn ter plaatse bij 10-15% van de
patiënten welke spontaan verdwijnt na enkele weken.
RF-lesie Dorsal Root Ganglion (RF-DRG)
Target structuur: dorsale ganglion van de cervicale segmentale zenuw.
Mogelijke bijwerkingen: brandende napijn in het behandelde dermatoom. Soms treedt
een voorbijgaande hypesthesie op in het dermatoom, welke gewoonlijk na 3-6 maanden is
verdwenen.
Target structuur: dorsale ganglion van de thoracale segmentale zenuw.
Mogelijke bijwerking: brandende napijn in het behandelde dermatoom. Soms treedt een
voorbijgaande hypesthesie op in het dermatoom, welke gewoonlijk na 3-6 maanden is
verdwenen.
Target structuur: dorsale ganglion van de lumbale segmentale zenuw.
Mogelijke bijwerking: brandende napijn in het behandelde dermatoom. Soms treedt een
voorbijgaande hypesthesie op in het dermatoom, welke gewoonlijk na 3-6 maanden is
verdwenen.
![]()
Target structuur: het ganglion stellatum
Mogelijke bijwerking: Zeldzaam is het optreden van een blijvend partieel Horner
syndroom. Een pneumothorax kan binnen 24 uur optreden.
Target structuur: lumbale sympatische grensstreng
Mogelijke bijwerking: partiële lesie van de nervus ilio-inguinalis
![]()
Target structuur: de segmentale zenuw met overloop naar de epidurale ruimte
Mogelijke bijwerking: Soms kan enige dagen napijn optreden door de 'prik'.
Target structuur: de segmentale zenuw met overloop naar de epidurale ruimte
Mogelijke bijwerking: Soms kan enige dagen napijn optreden door de 'prik'.
Indicatie:
Target structuur: de segmentale zenuw met overloop naar de epidurale ruimte
Mogelijke bijwerking: Soms kan enige dagen napijn optreden door de 'prik'.
![]()
Indicatie:
Target structuur: de plexus coeiliakus
Mogelijke bijwerking: Direct na de blokkade kan orthostatische hypotensie optreden.
Door intravasculaire injectie van het neurolyticum in de arterie van Adamkiewicz kan een
dwarslesie optreden.
Indicatie:
Target structuur: de tractus spinothalamicus op cervicaal niveau
Mogelijke bijwerking: Direkt na de ingreep kunnen de volgende symptomen zich
voordoen:
![]()
Intrathecale morfine toediening
Indicatie:
Target structuur: de intrathecale ruimte (de spinale ruimte)
Mogelijke bijwerking: De volgende bijwerkingen kunnen optreden:
![]()
Elektrische Spinale Epidurale Stimulatie (ESES)
Indicatie:
Target structuur: zenuwvezels in de achterstreng van het ruggenmerg.
Mogelijke bijwerking: Na implantatie van een ESES stimulator kan een lokale
infectie optreden eventueel leidend tot een meningitis. ![]()