Neuropathische Pijn

Researchvisie onderwerp: Neuropathische Pijn

Prof. Dr. B. Joosten, Neurobioloog

 

Onderzoek binnen dit thema zal zich beperken tot de pijn die in neurale structuren worden gegenereerd. Hieronder vallen perifere zenuwen, spinale ganglia cq wortel. Centraal gegenereerde pijn zal zich beperken tot het spinale neuronale structuren. Binnen het onderzoeksgebied van de Neuropatische Pijn vallen tevens de onderwerpen Pijn bij Neonaten en Kinderen en Oncologische Pijn.  Binnen deze twee onderwerpen zal voornamelijk gekeken worden naar de vroege ontwikkeling van centraal spinaal modulerende neuronale processen, de rol van de NMDA-receptor in het centraal sensitisatiefenomeen en de klinischtherapeutische implicaties ervan.  

Op het gebied van pijnmodulatie met ESES is er binnen de neuropatische pijn zowel diagnostisch als therapeutisch veel onderzoek gedaan bij CRPS-I. De effectiviteit van deze behandeling is bij CRPS-I aangetoond. Het precieze werkingsmechanisme van ESES op pijn is echter onbekend. Ditzelfde geldt voor ESES en radiculopathieën. Bij andere indicaties voor ESES zoals pijn bij dwarslaesie/myelopathie, plexuslesies, CRPS-II en polyneuropathie moet het effect nog aangetoond worden. Door dat het precieze werkingsmechanisme nog onbekend is hebben we bij de ESES-behandeling nog geen verklaring voor responders en non-responders. Min of meer hetzelfde geldt voor ESES en radiculopathie en mogelijk voor de andere indicaties voor ESES.

Een andere ontwikkeling binnen de invasieve pijnbestrijding is de pulsed radiofrequency (PRF) behandeling. In tegenstelling tot radiofrequency (RF) is bij PRF geen onderbrekingsfenomeen van de neurale structuren op basis van verhitting van deze structuren. Hoewel het effect op achterhoornniveau is aangetoond is het werkingsmechanisme van PRF nog volledig onbekend en heeft het waarschijnlijk een meer een pijnmodulerende werking. Klinisch is de effectiviteit van PRF bij cervicale radiculopathie aangetoond. Ook wordt PRF behandeling gedaan op perifere zenuwen. Over de indicaties, effectiviteit en het effect van PRF op perifere zenuw is nauwelijks nog iets bekend.

De behandeling van neuropathische pijn bij polyneuropathiëen en met name diabetische polyneuropathie levert in de dagelijkse praktijk niet altijd voorspelbare therapeutische effecten op. Daarnaast is het nog onduidelijk waarom niet alle patiënten met diabetische polyneuropathie pijn ontwikkelen. Lacunes in de kennis van het basale mechanisme zijn mogelijk hieraan debet. In samenwerking met afdeling Interne Geneeskunde van MUMC+ (Prof. Dr. N. Schaper) wordt nader onderzoek gestart met name naar het effect van ESES.

Een aparte entiteit binnen de neuropathieen vormt de dunne vezel neuropathie. Veel expertise is aanwezig binnen de afdeling Neurologie van het MUMC+ (Dr. K. Faber). Deze gaat gepaard met neuropathische pijn en wordt gezien bij ziekten zoals sarcoidosis.
De etiologie, diagnostiek en behandeling van de dunne vezel neuropathiëen is grotendeels nog onbekend.
Er zijn aanwijzingen dat Na+-kanalen een rol spelen. Tot nu toe wordt de diagnose gesteld op een combinatie van de bevindingen bij QST en huidzenuwbiopten. Bij dit laatste wordt een afnamen van de dunne vezels gevonden. Niet duidelijk is waarom juist bij een afname van de dunne vezels de aandoening gepaard gaat met veel pijnklachten. Of dunne vezel neuropathie entiteit qua verschijningsvorm en pijnmechanisme een aparte vormt of een overlap met andere polyneuropathieen is onbekend. Ook behandeling levert veel problemen op. Zo is het effect van pijnmodulerende behandelingen zoals ESES nog niet aangetoond.