Procedure Pterygopalatinum Blokkade

De patiënt wordt gepositioneerd in rugligging en onder laterale doorlichting wordt de fossa pterygopalatina geïdentificeerd. Over deze fossa wordt een lijn getrokken op de huid en het aanprikpunt wordt gekozen net onder de arcus zygomaticus. (zie figuur 1)

 

spheno

Figuur 1. Radiofrequente behandeling van het ganglion pterygopalatinum:
projectie metalen lat geeft de lijn aan over de fossa pterygopalatina

 

 

 

 

 

 

 

 

De huid wordt verdoofd en een 10 mm SMK naald met een 2 mm actieve tip wordt langzaam geïntroduceerd. Deze naald wordt voorzichtig doorgeschoven onder laterale doorlichting in een superieure en anterieure richting, totdat uiteindelijk de fossa pterygopalatina bereikt wordt (zie figuur 2 en 3). Voordat dit gebeurd wordt over het algemeen contact gemaakt met de n. maxillaris en de patiënt ervaart dan een schietende pijn in de bovenkaak. Dit is het punt waarop 1-2 ml lidocaïne 2% geïnjecteerd moet worden en er even gestopt dient te worden. Dan wordt de naald verder opgeschoven in de fossa pterygopalatina waarbij het antero-craniale punt van de fossa bereikt moet worden. Het is belangrijk dat er een 2 mm actieve tip gebruikt wordt, omdat er anders schade op kan treden aan de n. maxillaris tijdens de laesie.

 

figII2-4

Figuur 2. Radiofrequente behandeling ganglion pterygopalatinum: AP opname

 

De C-arm wordt nu geplaatst in een anterieure posterieure positie, de punt van de canule dient nu te liggen aan de laterale begrenzing van de inwendige neus. De stilet wordt verwijderd en er wordt een thermokoppel RF-probe geplaatst en de positie van de elektrode wordt nu bevestigd door elektrostimulatie bij 50 Hz waarbij de patiënt over het algemeen bij een drempel van 0,4 V paresthesieën voelt aan de laterale zijde van de neus.

 

figII2-5

Figuur 3. Radiofrequente behandeling ganglion pterygopalatinum: laterale opname.
Naald hoog in de fossanpterygopalatina.


Er dienen geen paresthesieën gevoeld te worden aan het palatum molle of aan de bovenkaak, omdat er anders stimulatie plaatsvindt van de n. maxillaris. Als dit zo is dan dient de canule nog enige millimeters verder opgevoerd te worden.
Na verdoving wordt er een laesie gemaakt van 60 sec 80°C en deze laesie wordt twee keer herhaald waarbij de elektrode verder opgeschoven wordt. Gepulseerde radiofrequente stroom aan 45 V met een maximale temperatuur van 42°C wordt gedurende 120 sec een of meerdere keren toegepast.

Complicaties

Totale ablatie van het ganglion pterygopalatinum zou droogheid van het oog kunnen veroorzaken, ech-
ter een radiofrequente laesie van het ganglion pterygopalatinum geeft slechts een gedeeltelijke laesie ervan.
Als mogelijke complicatie hypesthesie van het palatum molle, over het algemeen verdwijnt dit na zes tot acht weken. Andere complicaties zijn een neusbloeding en zwelling van de wang ten gevolge van een hematoom. Een vervelende complicatie is een accidentele laesie van de n. maxillaris, dit komt voor bij een verkeerd uitgevoerde techniek.