Procedure Ganglion Gasseri blokkade (Sweet)

Het ganglion ligt in de schedel in het impressio trigemini dicht bij het os petrosum, een deel van het os temporale. Mediaal wordt het ganglion van Gasser begrensd door de ve- neuze sinus cavernosus, craniaal door het onderste oppervlak van de temporale kwab en dorsaal door de hersenstam. Naar caudaal geeft het ganglion drie takken af, de eerste tak is de tak van de n. ophthalmicus, de tweede tak is de tak van de n. maxillaris en de derde tak is de tak van de n. mandibularis. Het ganglion van Gasser kent een somatotopische rangschikking, in die zin dat de ophthalmische tak het meest craniomediaal en de mandibulaire tak het meest lateraal ligt.

De ingreep wordt gedaan onder röntgendoorlichting waarbij de patiënt in rugligging op tafel ligt en er met de C-arm submentaal doorlicht wordt. (figuur 1 en 2) De C-arm wordt langzaam gedraaid naar de aangedane zijde waarbij er zo een positie bereikt wordt, dat het foramen ovale me- diaal geprojecteerd wordt ten opzichte van de processus mandibularis en juist lateraal van de maxilla. De C-arm moet vervolgens zo gepositioneerd worden dat het foramen te zien is als een ovaal foramen. Indien men de n. maxillaris en n. mandibularis wil behandelen ligt het aanprikpunt van de naald 2 cm lateraal van de mondhoek aan de homolaterale zijde van de laesie.

figII1-2

Figuur 1. RF-behandeling van het Ganglion van Gasser: laterale opname.


De naald wordt gericht op het midden van het foramen. Indien men alleen de n. mandibularis wil behandelen ligt het intreedpunt van de naald 1 cm lateraal van de mondhoek en richt men de naald op het laterale deel van het foramen ovale. Indien men alleen de n. ophthalmicus wil behandelen ligt het aanprikpunt van de naald 3 cm lateraal van de mondhoek en richt men de naald op het mediale deel van het foramen ovale. Voor deze ingreep gebruiken we een SMK canule, 10 cm 22G met een 2 mm actieve tip. Indien de anatomische landmarks geïdentificeerd zijn, wordt er intraveneus een sedatiedosis propofol of methohexobarbital gegeven. Indien de patiënt de dosis propofol of methohexo-barbital gekregen heeft, wordt de SMK naald gepositioneerd, ideaal in het foramen ovale.

figII1-3

Figuur 12. RF-behandeling van het Ganglion van Gasser: oblique submentale opname.


Belangrijk is dat één vinger in de mond gelegd wordt om zeker te zijn dat er geen penetratie is van de mucosa intraoraal.
Indien de naald door het foramen ovale in het impressio trigemini ligt, kan er gestimuleerd worden. De stimulatie parameters zijn als volgt: eerst wordt er motorisch getest, waarbij er geen of enige contractie moet zijn van de m. masseter, liefst boven een drempel van 0,6 V. Bij motorische stimulatie moet de naald voorzichtig meer naar proximaal ingebracht worden. Indien de patiënt wakker is en aanspreekbaar kan met 50 Hz getest worden. Paresthesieën moeten gevoeld worden tussen de 0,05 en de 0,2 V in de zone die pijnlijk is. Indien de punt van de naald ligt in die tak van het ganglion van Gasser dat gedenerveerd moet worden, kan er een 60 sec 60°C laesie gemaakt worden. Na de laesie wordt de corneareflex getest en wordt er getest of er een hypesthesie is in het behandelde dermatoom. Mocht dit niet zo zijn, dan wordt er een tweede laesie gemaakt, 60 sec 65°C en indien er nog geen hypesthesie is kan er een derde laesie gemaakt worden bij 70°C.

Complicaties

De percutane radiofrequente procedure heeft een zeer lage morbiditeit en vrijwel geen mortaliteit. De meest
voorkomende complicaties zijn gevoelsstoornissen in de behandelde tak of parese van de m. masseter.
Op lange termijn kan anesthesia dolorosa optreden, hypesthesie van de cornea, een keratitis en een voorbijgaande parese van de derde en vierde hersenzenuw.
Een veel voorkomende minder ernstige complicatie is een hematoom van de wang dat over het algemeen na enige dagen verdwijnt.