Procedure Thoracale Facetblokkade

Patiënt wordt op zijn buik op de operatietafel gelegd. In tegenstelling tot de intra-articulaire proefblokkades is er discussie omtrent de radiofrequentie laesie van de medial branches op thoracaal niveau. Volgende techniek wordt aanbevolen. De C-boog wordt gepositioneerd in het axiale vlak uiteraard wordt het goede niveau geïdentificeerd door gebruik te maken van een stalen liniaal. Beginnen met een zuivere AP doorlichting en de eindplaten van de wervels dienen mooi over elkaar geprojecteerd te worden. Dan wordt de C-boog enigszins schuin gedraaid en het target punt wordt de verbinding/hoek tussen processus articularis superior en de processus tranversus.

Het intreedpunt van de naald wordt gemarkeerd op de huid en een radiofrequentie naald wordt ingebracht parallel aan de röntgenstralen tot er kontakt is met het bot ter hoogte van de verbinding tussen de processus articularis superior en de processus transversus. Dan wordt de naald een klein beetje meer naar cranial en lateraal gepositioneerd. De naaldpositie wordt gecontroleerd in een laterale doorlichting. De punt van de naald moet net posterior liggen van de lijn die het achterste aspect van de neuroforamina verbindt. Dan vindt neurostimulatie plaats eerst met 50 Hz dan met 2 Hz. De 2Hz stimulatie geeft contracties van de paravertebrale musculatuur beneden de drempel van 0,5-0,7 V. Na het geven van lokale anesthetica wordt er een 60 sec 20 V laesie met 80°C gemaakt. Normaal gesproken voeren we deze procedure uit op 3 aangrenzende niveaus gezien de multisegmentale innervatie van de facetgewrichten.

 

figII8-3

Figuur 1: Thoracale facetdenervatie naaldplaatsing in AP zicht.

figII8-4

Figuur 2. Thoracale facetdenervatie naaldplaatsing controle in laterale opname

Complicaties

Net als bij iedere radiofrequente procedure is er altijd de mogelijkheid dat de pijn na de procedure kort toeneemt. Op thoracaal niveau dient met steeds te denken aan de complicatie van een pneumothorax. Het correcte toepassen van de techniek en het gebruik van richtingsapparatuur dient dit risico te minimaliseren