Procedure Meralgia Paraesthetica Injecties

Positie en anatomische landmarks

Een injectie van de n. cutaneus femoris lateralis (NCFL) wordt uitgevoerd met de patiënt in rugligging. Een kussen onder de knieën kan het patiëntencomfort verhogen, zeker indien het uitstrekken van de benen pijnlijk is. De NCFL kan soms geïdentificeerd worden door palpatie. Het punt 2 cm mediaal en 2cm caudaal van de SIAS wordt als aanprikpunt gekozen.

meralgiaN

Procedure

Het gebied wordt aseptisch gemaakt en eventueel steriel afgedekt. De behandelaar staat naast de patient. Een aangepaste naald (22 - 25G) wordt ingebracht tot voorbij de fascia lata waarbij een 'pop' kan waargenomen worden bij het perforeren van de fascia.

Nadien zullen meestal vlug paresthesieën kunnen opgewekt worden ter hoogte van de laterale zijde van het bovenbeen. Er wordt gezocht naar het punt waarbij de paresthesieën maximaal zijn. Recent werd de NCFL blockade met gebruik van echografie beschreven.

Met de echografie wordt de SIAS geidentificeerd. Met de echografieprobe (6-13Hz) wordt transversaal beneden de SIAS gescanned om de m. sartorius te identificeren. De NCFL ligt boven de m. sartorius in het vlak onder de fascia lata en boven de fascia iliaca. Een 22G naald wordt in-lijn met de echografie probe ingestoken.

De lokatie van de NCFL wordt bevestigd wanneer de patiënt bij stimulatie met 1 Hz en 1 mA een reproduceerbare paresthesie ondervindt. Daarna wordt een testdosis van 1 ml injectievloeistof ingespoten, dit mag de pijn niet verergeren. In het totaal wordt een volume van 9 ml bupivacaïne 0,25% met 20 of 40mg methylprednisolon ingespoten. De spreiding van de injectievloeistof wordt continu echografisch gemonitord zodat de spreiding rond de zenuw en craniaal geobserveerd wordt.