Procedure Intrathecale Morfinetoediening

Testperiode

De intrathecale katheter wordt verbonden met een subcutane poort waaraan de pomp kan worden aangesloten.

De katheter wordt geplaatst onder lokale verdoving. De patiënt kan hiervoor voorovergebogen zitten of liggen. Onder doorlichting wordt de Tuohy naald paramediaan en met een hoek van 45° interlaminair geplaatst. Na plaatsing in de subarachnoïdale ruimte wordt het stilet verwijderd en de katheter ingebracht via de naald totdat de tip van de katheter zich bevindt op de hoogte overeenstemmend met het ruggenmergniveau verantwoordelijk voor de pijn. Zo zal voor pijn in het L5-S1 dermatoom de kathetertip bij voorkeur op hoogte van de wervel Th11 worden geplaatst. Indien er goede afloop is van cerebrospinaal vocht via de katheter wordt een kleine incisie rond de naald gemaakt tot op de spierfascia.

Hierop wordt de katheter gefixeerd en getunneld naar axiaal tot boven de 10de of 11de rib. Vervolgens wordt het poortsysteem aangesloten op de katheter en in een onderhuidse pocket gelegd. Tenslotte wordt het systeem met de uitwendige pomp verbonden door het percutaan aanprikken van het poortsysteem. Een doorzichtig verband wordt gebruikt om eventuele infectietekens rond de aanprikplaats onmiddellijk te kunnen waarnemen.

Complicaties

Postpunctie hoofdpijn, infectie van het systeem of een dislocatie of lek van de katheter. Dit kan worden bevestigd door een injectie van lokale anesthetica via het intrathecale systeem. Bij afwezigheid van een spinale anesthesie, is er sprake van dislocatie van de intrathecale katheter. Controleren van het verloop van de katheter met behulp van doorlichting Het injecteren van contrast via de intrathecale katheter kan de plaats van dislocatie of lek bevestigen.

Implanteren van de elektronische medicatiepomp

Na een positieve testperiode en met goedkeuring van de patiënt kan worden overgegaan tot implantatie van een elektronische programmeerbare medicatiepomp.

Na het verwijderen van het poortsysteem, wordt aan dezelfde zijde een subcutane ruimte in de abdominale wand gemaakt om de pomp in te plaatsen. Vervolgens wordt de intrathecale katheter (reeds in situ) getunneld naar deze ruimte. De pomp wordt eerst gevuld met de gewenste medicatie en wordt daarna aangekoppeld aan de katheter. Daarna wordt de pomp geprogrammeerd: de dagdosis wordt bepaald en er wordt een eerste bolus gegeven om zowel de dode ruimte van de pomp als de katheter op te vullen.

Complicaties

Infectie van het systeem, vochtcollectie rond de pomp (seroma), dislocatie, lek of zelfs breuk van de katheter, granuloma vorming aan de tip van de katheter met risico op neurologische beschadiging en pompsoftware problemen.