Procedure Lumbale DRG Proefblokkade

Bij een diagnostisch blok wordt de C-boog zodanig ingesteld, dat de stralen evenwijdig lopen met de dekplaten van het betreffende niveau. Daarna wordt de C-boog uitgedraaid tot de processus spinosus projecteert over de contralaterale facetkolom. Met de C-boog in deze projectie wordt de insteekopening gevonden door een metalen liniaal over het laterale deel van het foramen te projecteren. Een 10cm lange, 22G naald wordt hier ter plaatse ingebracht in de stralenrichting. Vervolgens wordt de richting zo gecorrigeerd, dat de naald als een stip op het scherm geprojecteerd wordt (Figuur 1).

 

figI9-3

Figuur 1. Lumbaal ganglion spinale DRG: oblique.

 

De stralenrichting wordt nu gewijzigd naar een profielopname en de naald opgevoerd tot de punt zich in het craniodorsale deel van het neuroforamen bevindt. (Figuur 2)

figI9-4

Figuur 2. Lumbaal ganglion spinale DRG: laterale opname.

 

In een voor-achterwaartse opname wordt dan onder "real-time imaging" het verloop van een kleine hoeveelheid contrast gevolgd, deze verspreidt zich langs de segmentale zenuw naar laterocaudaal. (Figuur 3) Tenslotte wordt maximaal 1 ml lidocaïne 2 % of bupivacaïne 0,5% ingespoten.

 

figI9-5

Figuur 3. Lumbaal ganglion spinale DRG: Spreiding
van contrast langs de segmentale zenuw.

 

Een prognostisch blok wordt als positief beoordeeld als er 20-30 min na de ingreep een 50% klachtenreductie is. Het niveau dat het best aan bovenstaande criteria voldoet, wordt gekozen voor de PRF-behandeling.