Procedure Lumbale Facetblokkade

In zijn algemeenheid is het tijdens interventies van belang om een continue feed-back te hebben met de patiënt derhalve wordt deze ingreep niet gedaan onder sedatie. De patiënt wordt in buiklig gepositioneerd op een doorlichtingstafel een kussen wordt geplaatst onder de buik op de fysiologische lumbale lordose te verminderen. Ten eerste worden de anatomische structuren geïdentificeerd met een AP doorlichting. Dan wordt de C-arm axiaal geroteerd zodat er geen dubbel contouren zijn van de caudale eindplaten van L5. Vervolgens wordt de C-arm ongeveer 15° schuin geroteerd zodat de hoek tussen de processus articularis superior en de processus transversus makkelijker toegankelijk wordt. Vervolgens wordt het intreedpunt op de huid gemarkeerd dit punt is het punt op de verbinding tussen de processus articularis superior en de processus transversus. Indien u een diagnostische blokkade verricht dient het target punt lager gekozen te worden en te liggen tussen de bovenrand van de processus transversus en de processus mamilloaccessory (ongeveer halverwege de processus transversus)
Indien u een radiofrequente laesie van de medial branch maakt dient u eerst contact te maken met de processus transversus zo dicht mogelijk tegen de processus articularis superior aan.

Nadat u botcontact gemaakt heeft schuift u de naald iets meer craniaal zodat de naald over de processus transversus schuift richting foramen. (figuur 1)

 

figI10-4

Figuur 1. Radiofrequente behandeling rami dorsalis/ facet L3, L4, L5: oblique opname.


Vervolgens wordt de C-arm gepostioneerd in een laterale positie de positie van de naaldtip moet nu liggen binnen een lijn gevormd door de zogenaamde facetkolom op het niveau van het onderste gedeelte van de foramen intervertebrale ongeveer 1mm dorsaal van de lijn die het achterste aspect van de foramina intervertebrale verbindt.

 

figI10-5

Figuur 2. Radiofrequente behandeling rami dorsalis/ facet L3, L4, L5: laterale opname.

 

Als deze naaldpositie is bereikt wordt de impedantie gecheckt en wordt er gestimuleerd met 2Hz. Deze stimulatie is essentieel bij deze techniek. De naaldpositie is immers dicht bij de oorsprong van de ramus dorsales en derhalve dicht bij de segmentale zenuwen. Stimulatie met 2Hz dient contracties te geven van de musculus multifidus en geen contracties in het been. De lokale contracties in de rug kunnen gepalpeerd worden door de behandelaar. Indien de patiënt contracties in het been voelt dient de naald gerepositioneerd te worden. Indien de behandelaar overtuigd is van de juiste naaldpositie wordt 1à 2ml lokaal anesthecum geïnjecteerd en wordt vervolgens een radiofrequente laesie gemaakt van 22 V of 67°C gedurende 60 sec.

Deze techniek geldt voor de niveaus L1 tot en met L4. Op het niveau L5/S1 verschilt de loop van de medial branch ten opzichte van de andere niveaus de medial branch van L5 ligt op de verbinding tussen de processus articularis sacralis superior en het bovenste gedeelte van het sacrum. Omdat hier geen pedikel is moet de C-arm zo gepositioneerd worden dat de verbinding tussen boven genoemde strukturen gezien wordt als een rondvormige overgang. De C-arm wordt wederom enigszins obliek geroteerd en de naald wordt in tunnel visie geplaast op de overgang tussen de sacrale processus articularis en het bovenste gedeelte van het sacrum. Wederom wordt de laterale positie gechecked waarbij de naald geprojecteerd dient te zijn over het achterste gedeelte van de facetkolom en niet in het formamen mag komen. 2Hz stimulatie geeft op dit niveau meestal geen contractie van de multidifidus toch wordt hier met 2Hz gestimuleerd om accidentele plaatsing dicht bij de segmentale zenuw van L5 op te sporen.

Verder is de procedure zoals hierboven beschreven. Voor de diagnostische procedure kan een 10cm 22G naald gebruikt worden met 0.5 cc lokaal anestheticum en voor de radiofrequente laesie een 22G 10 cm lange naald met een 5mm actieve tip De patiënt mag na een korte observatieperiode van 30 min direct naar huis. Autorijden en het besturen van machinerie wordt verboden voor 12 uur.

Complicaties

De ingreep is nagegoeg zonder complicaties. De meest voorkomende complicatie (0,5%) is een gelokaliseerde rugpijn die meer dan 2 weken duurde kan duren. Verder kunnen patiënten een brandende pijn hebben die minder dan 2 weken duurt.