Procedure Lumbale Ramus Communicans Posterior Proefblokkade

Bij een diagnostische blokkade wordt de C-arm wordt zodanig gepositioneerd dat de stralenrichting in het transversale vlak ongeveer 20° schuin is, zodat de facetgewrichten weggeprojecteerd zijn en het wervellichaam duidelijk zichtbaar is. Voor de hoek in het sagittale vlak wordt de C-arm vervolgens om de as geroteerd. De processus transversus verandert daardoor van plaats ten opzichte van het wervellichaam. De stralenrichting moet zodanig zijn dat de as van de processus transversus iets boven het midden van het wervellichaam ligt.

Meestal wordt hiervoor een SMK C15 canule gebruikt. Een aanprikpunt wordt gemarkeerd juist caudaal van de processus transversus en iets mediaal van de laterale rand van het wervellichaam. Na plaatselijke verdoving van de huid wordt de naald onder tunnel visie ingebracht, waarbij de algemene regels van deze techniek in acht worden genomen; d.w.z. correcties van de richting van de naald moeten verricht worden terwijl de naald zich in de oppervlakkige lagen bevindt, en de diepte van de naald dient regelmatig gecontroleerd te worden op de laterale projectie.

Contact met de processus transversus wordt niet gezocht. De naald wordt opgevoerd totdat contact wordt gemaakt met het wervellichaam. Op de laterale projectie ligt de punt van de naald dan iets ventraal van de achterzijde van het wervellichaam.

0,5 ml contrastvloeistof wordt nu ingespoten. Op de voorachterwaartse projectie geeft dit meestal een vrij compacte schaduw, op de laterale projectie spreidt het contrast zich naar voren over het wervellichaam.

Bij intravasculaire spreiding is een minimale positieverandering meestal voldoende. Tenslotte wordt 1 ml 2% xylocaine ingespoten. De pijnreductie wordt 30 minuten na inspuiten gemeten. Een proefblokkade is positief wanneer 50% pijnreductie bekomen wordt.