Procedure Sacroiliacaal Blokkade

Een RF-denervatie van het SIG wordt onder röntgendoorlichting uitgevoerd bij patiënten die een positieve diagnostische blokkade hadden. De patiënt wordt licht gesedeerd. De C-arm wordt zo geplaatst dat, ofwel een licht schuin (L4 dorsale ramus), AP (L5 dorsale ramus en laterale takken), of cefalo-caudaal (laterale S1-S2 takken) beeld verkregen wordt. 22G SMK-C10 cannulae met een 5-mm actieve tip worden ingebracht tot er contact gemaakt wordt met het bot ter hoogte van de target zenuw. De correcte naaldplaatsing wordt bevestigd door elektrostimulatie bij 50 Hz, waarbij representatieve pijn moet gevoeld worden onder 0,5 V en dit op alle niveaus tussen L4 en S2. Voor interventies op de rechter zijde werden optimale stimulatie patronen gevonden tussen "1u en 5u". Bij interventies aan de linker zijde worden optimale stimulatie patronen genoteerd tussen "7u en 11u". Alvorens de laesies uit te voeren moeten beenspiercontracties gecontroleerd worden. Deze mogen niet optreden bij een motorische stimulatie. Nadat de röntgenopname en de stimulatieparameters de correcte plaatsing van de elektrode aangeven wordt de RF probe ingebracht en een laesie van 90 seconden bij 80°C uitgevoerd. Er is eveneens een techniek beschreven waarbij eveneens de rami van S1, S2 , S3 worden behandeld met een laesie per niveau die met succes werd toegepast. 35
De naald plaatsing wordt geillustreerd in figuur 1 en 2.

figI11-3

Figuur 1. Intra-articulaire injecte van het SIG: contrast.

figI11-4

Figuur 2. Intra-articulaire injecte van het SIG: contrast.

Complicaties

- Tijdelijke parese van de N. ischiadicus.
- Beschadiging van de N. ischiadicus, lumbale en sacrale zenuwwortels
- Hematoom
- Infectie
- Toename van de pijnklachten
- Nevenwerkingen van de corticosteroïden, lokale anesthetica.