Procedure Sacroiliacaal Injectie

De patiënt ligt op de buik. Onder röntgendoorlichting in AP-zicht wordt de mediale SIG-lijn gevormd door de posterieure gewrichtsspleet. Vervolgens wordt de C-boog contralateraal geroteerd tot de mediale corticale lijn van de posterieure gewrichtsspleet scherp in beeld is. Kantelen van de C-boog in de lengterichting van de patiënt (cefalo-caudaal) kan helpen om de anterieure en posterieure gewrichtsspleet van elkaar te onderscheiden.
De insteekplaats ter hoogte van de huid is 1-2 cm craniaal van de onderste rand van het SIG ter hoogte van de zone van maximale radiolucentie van het SIG. Penetratie van het SIG wordt gekenmerkt door verlies van weerstand. De tip van de naald lijkt vaak licht gebogen tussen het sacrum en ilium. Contrast injectie toont een spreiding volgens de gewrichtslijnen en tevens een vulling van het caudale gewrichtskapsel. Gebruik slechts 0.25 - 0.5 ml contrast. Als deze techniek niet lukt, benader het gewricht dan dieper, vanuit een meer rostrale insteekplaats. De naaldplaatsing wordt geillustreerd in figuur 1 en 2.

 

figI11-3

Figuur 1. Intra-articulaire injecte van het SIG: contrast.

figI11-4

Figuur 2. Intra-articulaire injecte van het SIG: contrast.

Complicaties

- Tijdelijke parese van de N. ischiadicus.
- Beschadiging van de N. ischiadicus, lumbale en sacrale zenuwwortels
- Hematoom
- Infectie
- Toename van de pijnklachten
- Nevenwerkingen van de corticosteroïden, lokale anesthetica.