Procedure Ganglion Stellatum Proefblokkade

De patiënt wordt in rugligging op de behandeltafel gepositioneerd. Het hoofd wordt licht in hyperextensie weggelegd. Met de C-boog wordt ter hoogte van C6-C7 AP doorlicht.

De boog wordt in craniocaudale richting zodanig bijgesteld dat de sluitplaten van C6-C7 loodrecht worden doorlicht. Na steriel afdekken wordt onder lokaal verdoving van de huid met lidocaïne 1% een naald in tunnelvisie ingebracht ter hoogte van de overgang processus transversus-corpus C6-C7. Na botcontact wordt in oblique projectie gecontroleerd of de naald op het anterieure deel van de foramina intervertebralia staat.

 

figII8-4

Figuur 1. Ganglion stellatum proefblokkade AP opname: naaldpositie.

figII8-5

Figuur 2. Ganglion stellatum proefblokkade AP opname: naaldpositie met contrastvloeistof.

 

Indien de naald boven dit niveau staat is er te vroeg contact gemaakt met het corpus en moet de naald naar lateraal verplaatst worden. Indien de naald voorbij dit niveau staat is er geen contact gemaakt met de basis van de processus transversus en moet de naald gerepositioneerd worden. Indien de naald in de juiste positie staat wordt een geringe hoeveelheid (0,5-1ml) contrastvloeistof geïnjecteerd ter uitsluiting van intravasculaire injectie. Het contrast moet een craniocaudale verspreiding geven.

Bij een proefblokkade wordt geprikt met een RCN 6 naald. Na vaststelling van de juiste positie met
de C-boog wordt max. 5 ml lidocaïne 1% of bupivacaïne 0,25% geïnjecteerd afhankelijk van de spreiding van het contrast.

 

figII8-6

Figuur 3. Ganglion stellatum proefblokkade oblique opname: naaldpositie met contrastvloeistof.