Aangezicht / Hoofd / Nek

Atypische aangezichtspijn

Definitie

Chronische atypische aangezichtspijn, ook wel genoemd persisterende idiopatische faciale pijn (PIFP), is een globale benaming waaronder verschillende pijnlijke syndromen van het aangezicht en de mond geklasseerd worden.

Volgens de International Headache Society wordt persisterende idiopatische faciale pijn (PIFP) omschreven als een persisterende aangezichtspijn welke niet de klassieke karakteristieken heeft van craniale neuralgieën en waarvoor ook geen aantoonbare oorzaak is

Etiologie

De pathofysiologie van PIFP is onbekend. Osteoporose, optredend na de menopauze, kan neuralgiëen geven ten gevolge van osteonecrose van caviteiten. Infectie van sinussen of tanden zijn mogelijke risicofactoren maar zelden aan te duiden als enige oorzaak van PIFP. Odontogene pijnen, zoals pulpitis, pericoronitis en alveolitis, dienen echter wel uitgesloten te worden. Naast (of ten gevolge van) odontogene oorzaken kunnen ook neuralgieën ontstaan.

Klachten/verschijnselen

PIFP of pijn van het aangezicht wordt gedefinieerd als pijn gelokaliseerd onder de haargrens, boven de hals en voor het oor.

PIFP heeft een chronisch karakter, waarbij de pijn dagelijks aanwezig is. In het begin is de pijn vaak aan één kant van het gelaat gelokaliseerd, maar zij kan later ook dubbelzijdig zijn. De pijn wordt slecht gelokaliseerd en is meestal de gehele dag aanwezig

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Een patiënt met een PIFP dient zorgvuldig neurologisch onderzocht te worden om andere oorzaken van aangezichtspijn te elimineren. In sommige gevallen kan een nasopharyngeale tumor pijnklachten geven, meestal wordt de diagnose pas gesteld als er neurologische uitval is. Verborgen tandheelkundige problematiek kan ook ten grondslag liggen aan de klachten zoals geïnfecteerde holtes van de maxilla of kaken na eerdere tandextracties.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

Welk aanvullend onderzoek of medische beeldvorming aangewend moet worden hangt af van de bevindingen bij onderzoek en het klachtenpatroon van de patiënt. In voorkomende gevallen dient zelfs een MRI van de schedel overwogen te worden.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische Behandelingen:

Farmacologische behandelingen:

  • Tricyclische antidepressiva
  • Anticonvulsiva: carbamazepine, oxcarbazepine, gabapentine en pregabaline.

Interventionele pijnbehandeling