Aangezicht / Hoofd / Nek

Medicijnafhankelijke hoofdpijn

Definitie

Medicijnafhankelijke hoofdpijn is hoofdpijn die ontstaat door het dagelijks innemen van veel pijnstillers (Paracetamol/NSAID's). Deze pijnstillers worden vaak genomen voor eerdere hoofdpijnklachten.

Etiologie

Medicijnafhankelijke hoofdpijn ontstaat door het dagelijks innemen van pijnstillers (Paracetamol, Ascal, Diclofenac, Naproxen, Ibuprofen) tegen hoofdpijn. Echter de oorzaak hiervan is onbekend. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk waarom deze pijnstillers, genomen om andere redenen (zoals reuma), niet deze verschijnselen veroorzaken. Mogelijk spelen genetische factoren een rol, maar ook psychologische factoren zijn van belang. Vaak worden de pijnstillers al voor het ontstaan van de hoofdpijn ingenomen en mogelijk zelfs uit gewoonte. Het gevaar is dat er steeds meer pijnstillers ingenomen gaan worden.

Er is een bepaalde minimum hoeveelheid vereist, bijvoorbeeld > 50 gram aspirine of een equivalent hiervan per maand. Het lijkt erop dat medicijnafhankelijke hoofdpijn eerder ontstaat bij dagelijks 1 à 2 tabletten, dan één keer per week 6 tabletten. Naast pijnstillers speelt ook caffeïne een rol. Caffeïne zit niet alleen in koffie, maar ook in thee, ice-tea en chocolade.

Klachten/verschijnselen

De hoofdpijn treedt op na dagelijks medicijngebruik gedurende meer dan drie maanden. De hoofdpijn is chronisch, treedt meer dan 15 dagen per maand op en is dan meestal de gehele dag aanwezig. De pijn lijkt op spanningshoofdpijn, er is namelijk bij beide sprake van een bilaterale hoofdpijn met een duidelijk bandgevoel.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Er bestaat geen specifieke test om de diagnose te stellen. Aan medicijnafhankelijke hoofdpijn moet worden gedacht als een patiënt op meer dan vier dagen per week pijnstillers of middelen tegen hoofdpijn neemt. De diagnose is pas echt te stellen wanneer een patiënt tenminste een maand in het geheel geen medicatie tegen hoofdpijn neemt en verbetering van de klachten optreedt. In sommige gevallen treedt de verbetering pas op na drie maanden.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische Behandelingen

Pharmacologische behandelingen:

  • In uitzonderingsgevallen amitriptyline als ondersteuning