Aangezicht / Hoofd / Nek

Nekpijn op basis van degeneratieve afwijkingen (facetgewrichten)

Definitie

Nekpijn wordt gedefinieerd als pijn in het gebied vanaf het occiput tot aan de eerste thoracale wervel. Indien pijn ook aangegeven wordt buiten dit gebied, spreken we van nekpijn met uitstraling b.v. naar het hoofd (cervicogene hoofdpijn) of de bovenarm (al dan niet radiculair).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen trauma-gerelateerde nekklachten (Whiplash Associated Disorders) en nekklachten op basis van degeneratieve afwijkingen. Dit onderscheid heeft echter geen etiologische basis. Omdat oorzaken van nekpijn veelal niet duidelijk zijn, wordt wel een onderscheid gemaakt tussen oorzaak (cause) en bron (source) van nekpijn.

Etiologie

Structuren in de nek, die geïnnerveerd zijn en een bron van pijn kunnen zijn, zijn wervels, de discus, uncovertebraal gewrichten, ligamenten, spieren en de facetgewrichten.

Klachten/verschijnselen

De meest voorkomende klacht bij pijn uitgaande van de cervicale facetgewrichten is unilaterale pijn, niet uitstralend voorbij de schouder. De pijn heeft vaak een statische component, omdat niet altijd pijn aangegeven wordt in relatie met beweging. Als pijnlijke of beperkte beweging wordt meestal rotatie en retroflexie aangegeven.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Naast het neurologisch onderzoek is actief en passief bewegingsonderzoek (rotaties, flexie en extensie) geïndiceerd. Daarnaast kan segmentaal onderzoek de lokalisatie van het pijnlijke segment opsporen.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

Op indicatie wordt een X-foto van de cervicale wervelkolom (2 of 3-richtingen) gemaakt om ossale tumoren of fracturen uit te sluiten.

Bij verdenking op neurologische etiologie van de pijnklachten is een MRI of CT-onderzoek geïndiceerd. Het verrichten van cervicale proefdiscografie in de dagelijkse praktijk is niet zinvol. Het kan bijdragen aan de diagnostiek naar de pijnbron, maar het heeft tot op heden geen directe therapeutische consequenties.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische behandelingen

Farmacologische behandelingen:

  • Niet-steroïdachtige anti-inflammatoire middelen (kortdurend).

Andere Behandelingen:

Interventionele pijnbehandelingen: