Aangezicht / Hoofd / Nek

Occipitalis Neuralgie

Definitie

Volgens de classificatie van de International Association for the Study of Pain (IASP) wordt occipitalis neuralgie gedefinieerd als paroxysmale schietende, stekende of drukkende pijn in het gebied van de N. Occipitalis major of minor, suboccipitaal en uitstralend over de schedel. De pijn kan gepaard gaan met een verminderd gevoel of dysesthesia in het aangedane gebied.

Klachten/verschijnselen

De patiënt klaagt over schietende stekende of drukkende pijn in de nek uitstralend over de schedel. Een constante pijn kan persisteren tussen de paroxysmen. Door overlap van de dorsale wortel C2 en het pars caudalis van de spinale trigeminus nucleus kan de pijn tot retro-orbitaal uitstralen.

Etiologie

De etiologie van occipitalis neuralgie is terug te brengen op beschadiging of prikkeling van de N. Occipitalis major/minor of zijn verloop vanaf het ruggenmerg tot in zijn eindtakken.

De oorzaken van deze prikkeling kunnen onderverdeeld worden in drie groepen:

1. Vasculair: prikkeling van zenuwwortels C1/C2 door een abberante tak van de PICA, durale arterioveneuze fistel op cervicaal niveau, bloeding uit een bulbocaverneus hemangioom, cervicaal intramedullair caverneus hemangioom, reuscel arteritis, gefenestreerde A. Vertebralis drukkend op C1/C2 zenuwwortel, abberant verloop van de A. Vertebralis.

2. Neurogeen: schwannoom ter hoogte van de craniocervicale junctie, schwannoom van de N. Occipitalis, C2 myelitis, musculair/tendineus.

3. Osteogeen, C1/C2 arthrosis, atlantodentaal sclerose, hypermobiele posterieure arcus van de atlas, cervicaal osteochondroma, osteolytisch letsel van de schedel, overmatige callusvorming na fractuur C1/C2.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Bij klinisch onderzoek kan men hypesthesie of dysesthesiën in het gebied van de N. Occipitalis major of minor vinden alsook drukpijn over het verloop van de N. Occipitalis major of minor en een positief Tinel teken (pijn bij percussie over de betrokken zenuw).

Aanvullend Somatische Diagnostiek

X-CWK wordt aangeraden om mogelijke andere oorzaken uit te sluiten. CT-scan van de craniocervicale overgang bij verdenking van ossale pathologie zoals atlantodentaal sclerose.
Een diagnostisch blokkade met lokaal anestheticum ter hoogte van de meest pijnlijke zenuw kan de klinische diagnose bevestigen.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Behandeling

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische Behandelingen:

Farmacologische behandelingen:

  • Anticonvulsiva: carbamazepine, oxcarbazepine, gabapentine en pregabaline.

Andere Behandelingen:

Interventionele pijnbehandelingen: