Elleboog / Pols / Hand

(Fantoompijn)

Definitie

Onder fantoompijn worden alle pijnlijke sensaties verstaan die in het ontbrekende lichaamsdeel worden ervaren.

Etiologie

Fantoompijn na amputatie komt tussen de 60% en 80% voor. Perifere input kan een rol spelen in de fantoompijnperceptie.

De incidentie van fantoompijn lijkt niet samen te hangen met leeftijd, geslacht, zijde of niveau waarop de amputatie heeft plaatsgevonden. Het lijkt ook niet afhankelijk te zijn van aard van ontstaan: chirurgisch of traumatisch. De incidentie van fantoompijn is lager bij kinderen die een amputatie hebben ondergaan en bij mensen die op aangeboren wijze een lichaamsdeel missen. Fantoompijn komt vaker voor bij bilaterale amputatie, amputatie van de benen en naarmate de amputatie meer proximaal geschiedt.

Er zijn aanwijzingen dat ernstige preamputatie en postoperatieve pijn risicofactoren zijn voor chronische fantoom pijn.

Spontane en abnormale activiteit is waargenomen in neurinomen aan de zenuweinden en in spinale ganglia na perifere mechanische of chemische prikkeling als gevolg van up-regulatie van de natrium kanalen.

Ook het ruggenmerg speelt mogelijk een rol. Wanneer activiteit in neurinomen en ganglia verandert kan dit op lange termijn leiden tot adaptaties in centraal projecterende neuronen die in de dorsale hoorn aanwezig zijn. Spontane neuronale activiteit, RNA transcriptie veranderingen, verhoogde metabole activiteit in ruggenmerg en uitbreiding van receptieve velden kunnen hiervan het gevolg zijn en resulteren in centrale (spinale) sensitisatie.

Behalve functionele veranderingen zijn er ook anatomische veranderingen waargenomen in het myelum. Normale prikkels via A-β neuronen kunnen tot andere sensaties, zoals ook pijn, leiden. Uiteindelijk treden er ook neuroplastische veranderingen op in de thalamus, in subcorticale en in corticale structuren. Er zijn inmiddels toch aanwijzingen dat de corticale representatie verandert.

Klachten/verschijnselen

De meeste fantoompijnpatiënten hebben intermitterend pijn, variërend van dagelijks tot maandelijks. Zelfs pijnvrije intervallen van meer dan een jaar zijn gerapporteerd.

De pijn presenteert zich vaak aanvalsgewijs gedurende seconden, minuten of uren. Patiënten beschrijven de pijn meestal als schietend, stekend, prikkend, krampend, knijpend of brandend. Meestal wordt de pijn distaal ervaren in het ontbrekende lidmaat.

Fantoompijn begint vaak al binnen 14 dagen na de amputatie. De helft van de patiënten heeft echter al pijn binnen de eerste 24 uur na amputatie. Sommige patiënten krijgen pas enkele jaren na amputatie fantoompijn, maar slechts in minder dan 10% van de gevallen begint de fantoompijn pas een jaar ná amputatie. Twee jaar na ontstaan van de fantoompijn is de prevalentie nauwelijks afgenomen.

Fantoomsensaties zijn niet pijnlijke sensaties, zoals warmte gevoel, tintelingen, telescoping (met name ook in vingers of tenen) en gevoel van verkorting van het lidmaat.

Ongeveer 50% van de geamputeerden heeft ook stomppijn, terwijl 50-88% van de patiënten met fantoompijn eveneens stomppijn ervaren. Myofasciale triggerpoints in de stomp zijn vaak aanwezig en kunnen fantoomsensaties en fantoompijn uitlokken.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Lichamelijk onderzoek biedt voor fantoompijn vooralsnog niet veel mogelijkheden, aangezien de pijn zich voordoet in het ontbrekende lichaamsdeel en de pijnmechanismen zich voornamelijk in het perifere en centrale zenuwstelsel afspelen.

Bij stomppijn is er duidelijk een lokale pijnbron. Zo kunnen huidpathologie en doorbloedingsstoornissen, infecties en neurinomen, bij 20% van de fantoompijn patiënten een onderhoudende rol spelen.

In de stomp kan men zoeken naar lokale triggerpoints, zeker als de patiënt ook een prothese draagt. Deze triggerpoints kunnen wel een provocerende rol spelen bij fantoompijn.

Aanvullend Somatische Diagnostiek:

  • Geen

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Behandeling

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische Behandelingen:

Fantoompijn is over het algemeen therapieresistent en meestal weinig succesvol. Ondanks dat behandelaars vaak gunstiger over hun resultaten rapporteren geeft minder dan 10% van de patiënten blijvende pijnvermindering aan.

Interventionele pijnbehandelingen