Pijn rond het heupgewricht (Coxalgie)

Definitie

Coxalgie is pijn die primair zijn oorzaak vind in de samenstellende structuren van heupgewricht.

Etiologie

Heuppijn kan veel oorzaken hebben waarbij heupartrose en bursitis trochanterica de meest voorkomende diagnoses zijn.

Heuparthrose is sterk gerelateerd aan de leeftijd (> 50 jaar), daarnaast spelen ontwikkelingsstoornissen, bepaalde sporten en heuptrauma's een rol bij het ontstaan van heuparthrose. Obesitas heeft geen relatie met het ontstaan van heuparthrose, maar wel met de progressie van een reeds bestaan heuparthrose. De prevalentie van heuparthrose varieert van 0.4% tot 27%.

Bursitis trochanterica komt ook voor bij patienten zonder een heuparthrose en heeft een prevalentie unilateraal van 15% (vrouw) en 6.0% (man) en bilateraal 8.5% (vrouw) en 1.9% (man). Het ontstaan van een bursitis trochanterica heeft een duidelijke relatie met een reeds bestaande gonarthrose. Tevens is er een relatie met coxarthrose en rugklachten.

Anamnese klachtenpatroon

De patiënt kan de uitstralende pijn ervaren aan de ventrale en laterale zijde van het bovenbeen tot de knie en kan gepaard gaan met liesklachten, meestal geprovoceerd door belasting. Daarnaast klaagt de patient over ochtendstijfheid die binnen een uur na opstaan verdwijnt.

Bij bursitis trochanterica wordt de pijn aangegeven boven de trochanter major met uitstraling naar de knie en soms tot aan de enkel. Patiënten klagen vooral over nachtelijke pijn wanneer zij op de aangedane zijde liggen.

Diagnose

Lichamelijk onderzoek

Bij heuppijn moet altijd onderzoek van de lage rug, het bekken en de knie plaatsvinden. Omdat patiënten zich primair met liesklachten presenteren is onderzoek van de lies geïndiceerd.

Neurologisch onderzoek kan een L2, L3 radiculopathie uitsluiten.

Bij heuppijn worden de flexie, endorotatie, exorotatie en extensie onderzocht. Een heupflexie < 115o en een endorotatie <15o wijzen, tesamen met een typische anamnese, in de richting van een coxarthrose.

Tevens moeten een aantal SI-testen zoals de SI-Compressie test, de SI-Distractie test, de Patrick test, de Gaenslen test, de Thigh Thrust test, de Fortin vinger test en de Gillet test uitgevoerd worden om SI-pathologie uit te sluiten. Dit, omdat SI-pathologie ook met liesklachten gepaard kan gaan.

Daarnaast moeten " redflags" zoals tumoren, fracturen, kopnecrose en infecties worden uitgesloten.

Bij een bursitis throchanterica is lokale palpatie over trochanter major belangrijk om een bursitis aan te tonen.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

  • Bij verdenking coxarthrose is coventionele radiologie geïndiceerd.
  • Bij verdenking van een bursitis trochanterica kan een ECHO gemaakt worden.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Behandeling

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen:

Somatische Behandelingen:

Farmacologische behandelingen:

  • NSAID's
  • Cox-2 remmers

Andere Behandelingen:

Interventionele pijnbehandelingen:

Interventionele behandelingen:

  • Bij ernstige en therapieresistente coxarthrose met een grote functionele beperking is doorverwijzing naar de orthopeed geïndiceerd ter indicatie voor een heupprothese.