Onderrug

Lumbale facetgewrichtspijn

Definitie

Rugklachten waarbij primair wordt verondersteld dat de samenstellende structuren van het facetgewricht verantwoordelijk wordt gehouden voor de lage rugklachten.

Etiologie

Rugpijn kent vele onderzaken waarbij in 17% - 30% van de gevallen de facetgewrichten de etiologie vormen. Degeneratieve veranderingen van de facetgewrichten op grond van de leeftijd worden, naast een trauma, als mogelijke oorzaak gezien.

Klachten/verschijnselen

De meest voorkomende klacht is unilaterale of bilaterale paramediane rugpijn. Mediaan gelokaliseerde rugpijn is minder verdacht voor facetlijden en is meer gerelateerd aan lumbale discogene pijn.

Soms is er uitstraling naar lies- of dijbeen. De pijn kan naar de flank, heup en bovenbeen uitstralen.
De klachten worden meestal geprovoceerd door statische belasting zoals lang zitten, lang staan en slenteren. Wandelen en fietsen gaan meestal het beste.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Er zijn geen bevindingen bij lichamelijk onderzoek die bepalend zijn voor de diagnose facetgewrichtspijn. Pijn geprovoceerd door passief en actief uitgevoerde lumbale anteflexie en extensie kan wijzen in de richting van facetgewrichtspijn.

Pijnprovocatie door passieve segmentale translatie in buikligging van de lumbale wervels (Federung) wordt ook gezien als kenmerk voor facettaire lage rugpijn, maar wordt ook gezien bij een vermoeden van discogene pijn. Bij het onderzoek moet men zich altijd realiseren dat ook andere structuren zoals disci, spieren en het SI-gewricht mede het klinische beeld kunnen bepalen.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

  • Bij langer bestaande rugklachten en/of progressieve rugklachten moet aanvullend beeldvormend onderzoek verricht worden.
  • Dit ter uitsluiting van zogenaamde "red flags" zoals maligne aandoeningen, impressiefracturen of ontsteking van intervertebrale discus.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Behandeling

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Somatische Behandelingen:

Farmacologische behandelingen:

  • NSAID's (kortdurend)
  • Zwak werkende opioïden (maximaal drie maanden).

Andere Behandelingen:

Interventionele Pijnbehandelingen: