Pijn bij lumbaal discuslijden

Definitie

Rugklachten waarbij primair wordt verondersteld dat het intervertebraal discuslijden verantwoordelijk wordt gehouden voor de lage rugklachten.

Etiologie

Rugpijn kent vele oorzaken waarbij in 45% van de gevallen de intervertebrale discus de etiologie vormt. Degeneratieve veranderingen van de discus op grond van de leeftijd worden, naast trauma, als mogelijke oorzaak gezien.

Patiënten onder de 50 jaar vormen de grootste risicogroep. Door veroudering, een afwijkende houding van de rug of trauma, kan de tussenwervelschijf zwakker worden en kunnen in de annulus fibrosis scheuren (annular tears) ontstaan.

Klachten/verschijnselen

Discogene pijn is mediaan gelokaliseerd of begint meestal mediaan maar kan gepaard gaan met uitstralende pijn tot in het bovenbeen. Hierbij worden geen neurologische uitvals- of prikkelingsverschijnselen gevonden.

De anamnese kan periodes van acute lage rugpijn vermelden, meestal van korte duur en door de patiënt als "spit" benoemd. Soms vermeldt de patient gedurende deze periode een scheefstand van de rug of dat hij uit het lood stond. Deze periode van acute heftige pijn kan samenhangen met een acute scheur in het binnenste deel van de annulus fibrosis.

De klachten worden meestal geprovoceerd door statische belasting zoals lang zitten, lang staan en slenteren. Wandelen en fietsen gaan meestal het beste.

Diagnostiek

Lichamelijk onderzoek

Er zijn geen " evidence based' kenmerken van discogene pijn bij lichamelijk onderzoek. Lumbale fixatie in anteflexie (het niet-verstrijken van de lumbale lordose), lumbale fixatie in extensie (geen toename van de lumbale lordose) en het bifasisch opkomen vanuit anteflexie worden gezien als een indicatie voor lumbaal discuslijden.

Pijnprovocatie door passieve segmentale translatie in buikligging van de lumbale wervels (Federung) wordt gezien als kenmerk voor discogene lage rugpijn, maar wordt ook gezien bij een vermoeden van facettaire pijn.

Pijn uitgaande van de discus kan ook geprovoceerd worden met een stemvork op de processus spinosis van het aangedane segment.

Bij het onderzoek moet men zich altijd realiseren dat ook andere structuren zoals facetgewrichten, spieren en het SI-gewricht mede het klinische beeld kunnen bepalen.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

  • Conventionele radiologie, CT-scan en MRI leveren geen bijdrage aan de diagnose van discogenen lage rugklachten.
  • Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat de diagnose discogene pijn ten gevolge van een interne ruptuur van de discus intervertebralis gesteld wordt door CT-discografie. Belangrijk is dat de pijn niet geprovoceerd mag worden door aangrenzende andere disci.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Behandeling

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen:

Somatische Behandelingen:

Farmacologische behandelingen:

Andere Behandelingen:

Interventionele pijnbehandelingen: