Schouder / Arm

Schouderklachten op basis van een aandoening van het Acromioclaviculaire gewricht (AC-gewricht)

Definitie

Arthrose of distorsie van het AC-gewricht is een ontsteking van het gewricht of het gewrichtskapsel. Het is een van de schouderklachten die veelvuldig in de dagelijkse huisartsenpraktijk voorkomt.

Etiologie

De oorzaak voor het ontstaan van een aandoening van het AC-gewricht is, buiten een direct of indirect trauma, komt voor bij WAD-patiënten, meestal van degeneratieve origine.

Functiestoornissen van de cervicale wervelkolom en cervicothoracale overgang kunnen een rol in de etiologie spelen. Het is dan ook van groot belang naast het onderzoek van de schouderfunctie ook de cervicale wervelkolom in het onderzoek te betrekken.

Klachten/Verschijnselen

Over het algemeen wordt het klachtenpatroon gekenmerkt door schouderpijn die bij belasting boven de negentig graden abductie toeneemt. Daarnaast wijzen nachtelijke pijn en de onmogelijkheid om op de aangedane zijde te slapen in de richting van ontstekingsverschijnselen.

De lokalisatie en het uitstralingspatroon van de pijn kunnen aanwijzingen geven of men met een primaire aandoening van de schouder heeft te maken of dat een oorzaak buiten de schouder aanwezig is.

Met name bij niet-traumatische schouderklachten waarbij een afwijkend natuurlijk beloop aanwezig is moeten andere ernstige aandoeningen worden uitgevraagd zoals gewrichtsklachten elders, koorts, malaise, gewichtsverlies, dyspnoe, angina pectoris.

Met name een pancoasttumor moet worden uitgesloten.

Diagnostiek

Onderzoek Schouderklachten bij afwijkingen van AC-gewricht

Voor het onderzoek van schouderklachten zijn drie schoudertesten van belang: de actieve en passieve schouderabductie, de actieve en passieve schouderexorotatie en de actieve en passieve horizontale schouderadductie. Met deze drie testen kan men de belangrijkste schouderpathologie, die zich meestal uit in een brachialgie, vaststellen.

Daarnaast is het van belang de passieve schouderabductie ook in een geëxoroteerde arm uit te voeren, waarbij de abductie zoveel mogelijk in het frontale vlak wordt uitgevoerd.

In het onderstaande schema staan ter differentiatie de schouderklachten waarbij ook een passieve exorotatiebeperking wordt gevonden.

 

AANDOENING

Passieve Exorotatiebeperking

Actieve Abductiebeperking
in
Neutrale Positie Arm

Passieve Abductiebeperking
in
Exorotatiepositie Arm

Passieve Horizontale Abductiebeperking

Arthrosis/Arthritis Glenohumeraal Gewricht

+++

+++

+++

+

Capsulitis Glenohumeraal Gewricht

+++

+++

+++

+

Rotator Cuff Syndroom

++

+++

+++

+

Arthrosis/Arthritis Acromioclaviculair Gewricht

-

+++

+++

+++

 

Aanvullend Somatische Diagnostiek

In de beginfase zijn bij ongecompliceerde schouderklachten beeldvorming en laboratorium onderzoek niet geïndiceerd.

Bij verdenking op een systeemaandoening of andere ernstige aandoening zal bij persisterende schouderklachten aanvullend bloedonderzoek moeten worden verricht (CRP, Hb, BSE, rheumafactoren).

Bij langdurig aanblijven van de schouderklachten zijn röntgenfoto's, echografie en MRI- onderzoek geïndiceerd.

Een botscan is geïndiceerd bij vermoeden van klachten op basis van metastase of primaire tumor.

Behandeling

Somatische behandelingen

Farmacologische behandelingen:

Andere Behandelingen

Invasieve pijnbehandeling

Bij een juist uitgevoerde injectie moet direct na de injectie de passieve abductie pijnvrij zijn
Bij tijdelijk effect is een doorverwijzing naar orthopedie zinvol.