Schouder / Arm

Rotatorcuff syndromen

Definitie

Rotatorcuff syndromen van het glenohumerale gewricht zijn een verzamelnaam van aandoeningen waaronder tendinopathieën, rotatorcuff lesies (tears) en soms ook het impingement syndroom. Het is een van de meest voorkomende schouderklachten die in de dagelijkse huisartsenpraktijk voorkomt.

Etiologie

De oorzaak voor het ontstaan van rotatorcuff syndromen is onduidelijk. Intrinsieke degeneratie van de rotatorcuff pezen door vasculaire insufficiëntie wordt tezamen met repetitieve microtraumata als oorzaak aangenomen.

Functiestoornissen van de cervicale wervelkolom en cervicothoracale overgang kunnen een rol spelen in het klinisch beeld. Het is dan ook van groot belang naast het onderzoek van de schouderfunctie ook de cervicale wervelkolom in het onderzoek te betrekken.

Klachten/Verschijnselen

Het klachtenpatroon wordt gekenmerkt door schouderpijn die bij elke belasting toeneemt. Daarnaast wijzen nachtelijke pijn en de onmogelijkheid om op de aangedane zijde te slapen in de richting van ontstekingsverschijnselen.

Verder hangt het klachtenpatroon af van wat de precieze oorzaak is. Zo zal een impingement zich met een painful arc kunnen presenteren, terwijl een scheur van de rotatorcuff zich met pijn, zwakte en atrofie manifesteert.

De lokalisatie en het uitstralingspatroon van de pijn kunnen aanwijzingen geven of men met een primaire aandoening van de schouder te maken heeft of dat een oorzaak buiten de schouder aanwezig is. Met name bij niet-traumatische schouderklachten, waarbij een afwijkend natuurlijk beloop aanwezig is, moeten andere ernstige aandoeningen worden uitgevraagd zoals gewrichtsklachten elders, koorts, malaise, gewichtsverlies, dyspnoe, angina pectoris. Met name een pancoasttumor moet worden uitgesloten. De bevindingen bij het schouderonderzoek zijn hierbij van groot belang.

Onderzoek Schouderklachten bij rotatorcuff syndromen

Voor het onderzoek van schouderklachten zijn drie schoudertesten van belang: de actieve en passieve schouderabductie, de actieve en passieve schouderexorotatie en de actieve en passieve horizontale schouderadductie. Met deze drie testen kan men de belangrijkste schouderpathologie, die zich meestal uit in een brachialgie, vaststellen.

Daarnaast is het van belang de passieve schouderabductie ook in een geëxoroteerde arm uit te voeren, waarbij de abductie zoveel mogelijk in het frontale vlak wordt uitgevoerd.

De meest kenmerkende actieve en passieve bewegingsbeperking bij rotatorcuff syndromen voor wat betreft een scheur in de rotatorcuff is de beperkte exorotatie.

Aandoening

Passieve Exorotatiebeperking

Actieve Abductiebeperking

in

Neutrale Positie Arm

Passieve Abductiebeperking

in

Exorotatiepositie Arm

Passieve Horizontale Abductiebeperking

Arthrosis/Arthritis Glenohumeraal Gewricht

+++

+++

+++

+

Capsulitis Glenohumeraal Gewricht

+++

+++

+++

+

Rotator Cuff Syndroom

++

+++

+++

+

Arthrosis/Arthritis Acromioclaviculair Gewricht

-

+++

+++

+++

Degeneratieve Afwijkingen Subacromiale Ruimte (bv Kalk deposities)

-

+++

-

-

Aanvullend Somatische Diagnostiek

In de beginfase zijn bij ongecompliceerde schouderklachten beeldvorming en laboratorium onderzoek niet geïndiceerd. Gewone radiologie draagt niet bij tot de diagnostiek.

De diagnostische waarde van MRI en Ultrasound bij rotatorcuff syndromen moet nog aangetoond worden, maar kunnen wel "full thickness tears" aantonen, maar deze technieken zijn minder accuraat bij partiële tears.

Bij verdenking op systeemandoening of andere ernstige aandoening zal bij persisterende schouderklachten aanvullend bloedonderzoek moeten worden verricht (Glu, CRP, Hb, BSE, rheumafactoren).

Een botscan is geïndiceerd bij het vermoeden op metastase of primaire tumor.

Aanvullende Psychocognitieve Diagnostiek

  • RAND-36 (kwaliteit van leven)
  • VAS-Pijn (max.,min, actueel, gemiddeld/week)
  • TSK (bewegingsangst)
  • PCS (catastroferen)
  • HADS (angst en depressie)

Multidisciplinaire Behandeling

Op grond van de diagnose wordt al dan niet een somatische behandeling geïndiceerd en op basis van de bevindingen bij de aanvullende psychocognitieve diagnostiek kan een indicatie gesteld worden voor aanvullende diagnostiek dan wel voor een multidisciplinaire behandeling.

Niet-Somatische Behandelingen

Behandeling

Somatische behandelingen

Farmacologische behandelingen:

Andere Behandelingen

Interventionele Pijnbehandeling