Schouder / Arm

Schouderinstabiliteit

Schouderinstabiliteit is een toegenomen beweeglijkheid van het glenohumerale gewricht door een verhoogde laxiteit van het gewrichtskapsel.

Etiologie

Schouderinstabiliteit kan aangeboren zijn, maar ook posttraumatisch van origine zijn. Meestal speelt hypermobiliteit een rol. De relatie met bindweefselaandoeningen zoals Ehler-Danlos, ligamentaire hypermobiliteitsyndromen is nog niet geheel duidelijk. Functiestoornissen van de cervicale wervelkolom en cervicothoracale overgang kunnen een rol in het klinisch beeld. Het is dan ook van groot belang naast het onderzoek van de schouderfunctie ook de cervicale wervelkolom in het onderzoek te betrekken.

Klachten/Verschijnselen

Anamnestisch zijn er meestal aanwijzingen voor een door gemaakt (sub)luxatie van de schouder die ontstaan zijn na een overigens normale belasting van de schouder. Soms gaan zij gepaard voorbijgaande tintelingen in de arm en hand (tractieparaesthesieën).

Diagnostiek

Onderzoek Schouderklachten bij een schouderinstabiliteit

Voor het onderzoek van schouderklachten zijn drie schoudertesten van belang: de actieve en passieve schouderabductie, de actieve en passieve schouderexorotatie en de actieve en passieve horizontale schouderadductie. Met deze drie testen kan men de belangrijkste schouderpathologie, die zich meestal uit in een brachialgie, vaststellen.

Daarnaast is het belang de passieve schouderabductie ook in een geëxoroteerde arm uit te voeren, waarbij de abductie zoveel mogelijk in het frontale vlak wordt uitgevoerd.

Bij verdenking op schouderinstabiliteit moet men ook het acromioclaviculaire en sternoclaviculaire gewricht op het voorkomen van een hypermobiliteit onderzoeken, naast de extremiteiten zoals de elleboog (hyperextensie
van de elleboog >180o). De schouderinstabiliteit wordt onderzocht door de passieve beweeglijkheid in verschillende richtingen te onderzoeken.

Aanvullend Somatische Diagnostiek

In de beginfase zijn, bij ongecompliceerde schouderinstabiliteit, beeldvorming en laboratorium onderzoek niet geïndiceerd.

In een latere fase kunnen röntgenfoto's geïndiceerd zijn om ossale afwijkingen van de humeruskop en het glenoid aan te tonen.

Daarnaast kan MRI van de schouder meer inzicht verschaffen in de gevolgen van reciverende (sub)luxaties).

Behandeling

Somatische behandelingen

Farmacologische behandelingen:

Andere Behandelingen

Interventionele Pijnbehandeling