Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
Medicijnen
Er bestaan drie soorten pijnstillers:
paracetamol, de NSAID's (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs), en de opiaten.
Tegen zenuwpijn worden ook wel middelen tegen depressie en epilepsie voorgeschreven.
Paracetamol
Paracetamol is een van de meest gebruikte pijnstillers. Het is een betrekkelijk veilig
en goedkoop middel. Het heeft behalve een pijnstillende ook een koortswerende werking. Het
heeft (niet zoals de NSAID's) geen ontstekingremmende werking. Het grote voordeel van
Paracetamol boven NSAID's is dat het veel minder maagklachten geeft. Het is in allerlei
vormen en doseringen verkrijgbaar. Bij volwassenen is de maximumdosis 3000 mg per dag. Men
kan wel meer slikken, maar dan wordt de pijnstillende werking niet beter.
Zoals bij alle pijnstillers is langdurig gebruik niet aan te raden. Bij langdurig gebruik
van hoge doseringen Paracetamol kan leverbeschadiging optreden. Er bestaan veel
combinatie-preparaten met paracetamol. In het algemeen zijn deze niet sterker werkzaam dan
paracetamol alleen. Wel zijn ze vaak veel duurder. Het is dus niet zinvol om aan deze
combinatie-preparaten geld te verspillen.
NSAID's
Er zijn veel NSAID's in de handel. Een aantal zijn zonder recept bij de drogist
verkrijgbaar (aspirine, ibuprofen, naproxen). Deze middelen zijn chemisch afgeleid van
aspirine, dat oorspronkelijk is gemaakt uit de bast van treurwilgen. Alle NSAID's zijn
behalve pijnstillend en koortswerend, ook sterk ontstekingsremmend. Door deze eigenschap
worden ze veel gebruikt bij ziekten, waarbij de pijn door ontsteking wordt veroorzaakt
(zoals bijvoorbeeld rheuma).
Het voert te ver om hier alle NSAID's op te noemen. Wel belangrijk is om te melden dat ze
ernstige bijwerkingen kunnen hebben. De bekendste is natuurlijk maagpijn en de kans op een
maagzweer. De kans hierop neemt toe met de leeftijd. Ook als men veel alcohol drinkt of
middelen als prednison slikt heeft men een grotere kans op een maagzweer bij het gebruik
van NSAID's. Als men bij het gebruik van NSAID's maagpijn krijgt, is het raadzaam dit aan
de dokter te melden. Andere bijwerkingen zijn de vertraagde bloedstelping (sneller blauwe
plekken, wondjes blijven langer bloeden). Patiënten die antistollingsmiddelen nemen
kunnen beter geen NSAID's slikken. Ook kunnen NSAID's de nierfunctie remmen waardoor men
vocht vasthoudt. Oudere mensen met een verminderde hart- of nier-functie moeten dan ook
voorzichtig zijn met het slikken van NSAID's. Hoewel NSAID's dus ernstige bijwerkingen
hebben, zijn zij bij verstandig gebruik effectieve pijnstillers. Waar mogelijk, moet men
langdurig gebruik vermijden.
Opiaten
Deze geneesmiddelen zijn afgeleid van morfine. Morfine werd vroeger uit papaverbollen
gemaakt (opium). Bekende middelen zijn codeïne, tramadol, morfine, methadon, fentanyl (de
pleister). Codeïne en tramadol zijn zwakke opiaten. Dat wil zeggen dat het pijnstillend
effect wat minder is dan van 'echte' morfine. Vooral van codeïne is het pijnstillend
effect gering; het wordt eigenlijk vooral gebruikt als anti-hoest middel.
Morfine en methadon zijn sterke opiaten. Het zijn zeer sterke pijnstillers. In
tegenstelling tot de bovengenoemde NSAID's en paracetamol is er geen echte maximumdosis.
In theorie kan men altijd meer pijnstilling verkrijgen door de dosis te verhogen. In de
praktijk lukt dit natuurlijk niet altijd, omdat men last kan krijgen van de bijwerkingen.
Er kunnen vele bijwerkingen optreden. De meest voorkomende is verstopping (obstipatie). De
meeste artsen schrijven bij een opiaat dan ook meteen een laxeermiddel erbij voor.
Een andere bijwerking die bijna altijd na enkele dagen over is, is misselijkheid. Sufheid
komt voor, maar kan ook een teken zijn dat de dosering te hoog is.
Enige uitleg over verslaving is hier op zijn plaats. Verslaving aan morfine komt voor,
maar lang niet zo veel als men denkt. Het is niet zo dat men bij gebruik van morfine
altijd verslaafd wordt. Bij het overgrote deel van de patiënten blijkt het altijd
mogelijk de morfine weer af te bouwen. Wel is het zo dat er gewenning optreedt. Dit
betekent dat men na een periode van morfine-gebruik, de tabletten niet zo maar mag
stoppen. Om ontwennings-verschijnselen te voorkomen, moet men het langzaam afbouwen.
Angst voor verslaving is dan ook niet terecht en mag nooit een reden zijn om géén of te
weinig morfine te nemen.
Tot nu toe is het gebruik van opiaten beperkt tot tijdens en na operaties en tot het
behandelen van pijn bij kanker. De laatste jaren worden opiaten ook voorgeschreven aan
patiënten met pijn die niet het gevolg is van kanker. Zo wordt morfine wel gegeven aan
patiënten met reuma, artrose, of pijn na een beschadiging van het zenuwstelsel (bijv. een
dwarslaesie).
Er bestaan vele verschillende preparaten. De meest gebruikte zijn morfine retard en de
fentanyl-pleister.
Morfine retard (Merknamen zijn Kapanol, MS Contin, Noceptin) is een zg. depot-preparaat.
Dit betekent dat de tablet, na inname, het medicament langzaam afgeeft. Het grote voordeel
is dat men maar twee keer per dag een pil hoeft te slikken. Nadeel is dat een verhoging
van de dosis maar langzaam effect geeft. Bij zg. 'doorbraakpijn' moet men een sneller
werkend middel nemen, bijv. Morfine-drank.
De Fentanyl-pleister (Durogesic pleister) is een pleister
die op de huid geplakt wordt. In de pleister zit fentanyl, een sterk opiaat. Deze stof
gaat door de huid de bloedbaan in en geeft dan een sterk pijnstillende werking. Het effect
merkt men na ongeveer 12 uur; het effect duurt ongeveer drie dagen. Om de twee-drie dagen
moet men een nieuwe pleister opplakken. De Fentanyl-pleister is patiënt-vriendelijk, maar
heeft ook als nadeel dat men bij snelle toename van pijnklachten een ander (sneller
werkend) middel erbij moet nemen.
Het is belangrijk om zich te realiseren dat de doseringen van morfine-tabletten niet
overeenkomt met de dosering van fentanyl-pleisters.
Behandeling van zenuwpijn
Na beschadigingen van zenuwweefsel (zoals een hersenberoerte, dwarslesie,
zenuwontsteking bij suikerziekte) kan zenuwpijn ontstaan. Deze pijn is het gevolg van
afwijkende geleiding van pijn-prikkels in zenuwen. Men kan dit vergelijken met een
verkeerd aangesloten telefoondraad, waardoor de telefoon constant blijft rinkelen. Het
zenuwstelsel wordt dan de constant in actie gebracht omdat het denkt dat er ergens een
weefselbeschadiging is. Dit soort pijn is vaak niet goed te verminderen met de 'gewone'
pijnstillers zoals hierboven beschreven. Bij zenuwpijn geeft men vaak geneesmiddelen die
de prikkelgeleiding in zenuwen vertragen. Hiervoor gebruiken we vaak antidepressiva en
anti-epileptica. Het is goed om zich te realiseren dat deze tabletten niet worden
voorgeschreven omdat de dokter denkt dat 'het wel tussen de oren zit'. Deze middelen
worden speciaal tegen de pijn voorgeschreven.
Veelgebruikte tabletten zijn amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) en carbamazepine
(Tegretol).