Cervicaal radiculair syndroom
Bij een radiculair syndroom is er sprake van uitstralende pijn in 1 of meer dermatomen. Eventueel kan er spraken zijn van sensomotorische uitval, waarbij we spreken van een radiculopathie. De incidentie in de literatuur varieert. Hieronder volgt meer informatie over het ziektebeeld en de behandeling die we kunnen bieden.
Achtergrondinformatie
De pijn wordt waargenomen in het betrokken dermatoom. Meest voorkomend zijn C7, gevolgd bij C6. Als hogere niveau's betrokken zijn, kan de pijn in de schouder of in de nek worden gevoeld met eventuele uitstraling richting het achterhoofd (C2, C3). De meest voorkomende oorzaken zijn:
- Posterolaterale herniatie van de discus (20-25% van de gevallen)
- Discus degeneratie met vermindering van neuroforaminale hoogte
- Cervicale spondylosis
Het beloop is over het algemeen gunstig en 70-95% herstelt zonder operatie, zonder verschil tussen oorzaak van de klachten (discus herniatie of degeneratieve afwijkingen). Bij discusherniatie wordt verbetering van klachten in 83% van de gevallen gezien na 4-6 maanden. Tijd tot compleet herstel is ongeveer 24-36 maanden.
Anamnese
Patiënten omschrijven een schietende/elektrische pijn met een uitstralend patroon vanuit de nek over het betrokken dermatoom. De dermatomen kunnen afwijken van de klassieke dermatomale kaarten. Uit onderzoek blijkt slechts 54% hieraan te voldoend. Daarnaast is het ook mogelijk dat er meerdere niveau's betrokken zijn, waardoor onderscheid lastiger wordt. De pijn wordt vaak verergerd bij beweging van de nek. Paresthesieën en eventueel krachtsverlies kunnen de diagnose ondersteunen, maar hoeven niet aanwezig te zijn.
Lichamelijk onderzoek
Lichamelijk onderzoek kan een waarschijnlijkheid geven t.a.v. het betrokken niveau. Daarnaast geeft het lichamelijk onderzoek, in combinatie met de anamnese, mogelijk richting t.a.v. de differentiaal diagnose. Beoordeling van de kracht, het gevoel en de reflexen zijn essentieel onderdeel. De Spürling test kan bijdragend zijn als hiermee de klachten uitgelokt worden. Schouder abductie kan verlichting van de klachten geven afhankelijk van het betrokken niveau. Omdat de specificiteit vaak hoger is dan de sensitiviteit, wordt het aanbevolen om onderzoeken te combineren om een conclusie te trekken.
Aanvullend onderzoek
Beeldvorming wordt binnen 4 weken alleen aangeraden indien er rode vlaggen aanwezig zijn en ernstige onderliggende pathologie moet worden uitgesloten. Als dit moet worden uitgesloten heeft MRI de voorkeur. Beeldvorming kan echter positief zijn bij asymptomatische patiënten, de indicatie moet derhalve duidelijk zijn. In afwezigheid van rode vlaggen kan beeldvorming vanaf 4-6 weken conservatieve behandeling overwogen worden. Een CT-scan kan worden overwogen om ossale structuren te beoordelen of bij contra-indicatie voor een MRI.
Een EMG kan worden gebruikt als er op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek twijfel blijft over de anamnese.
Differentiaal diagnose
- Polyradiculopathie
- Plexopathie (Pancoast tumor, amyotrofe schouder)
- Mononeuropathie (Carpaal tunnel syndroom)
- Primaire schouderaandoeningen
- Primaire aandoening van de nek (facetpijn, discogene pijn)
- Cardiale aandoeningen
Behandelopties
Conservatieve behandeling
In aanloop naar de polikliniek pijngeneeskunde kan al worden gestart met conservatieve therapie.
- Beweging en eventueel oefentherapie
- WHO pijnladder waarbij opioïden worden afgeraden voor gebruik langer dan 2 weken. Neuropatische medicatie heeft geen aangetoonde meerwaarde.
Interventionele behandelingen
Mogelijkheden tot interventies zijn:
- Transforaminale epidurale injectie of 'sleeve' via de polikliniek pijngeneeskunde in de (sub)acute fase.
- Een PRF behandeling van de (vermoedelijk) betrokken zenuwwortel bij klachten > 3 maanden
- Een neurostimulator indien de klachten bestaan na eerdere spinale chirurgie
- Verwijzing naar een neurochirurg voor een operatie
Bronnen
- Richtlijn 'Cervicaal radiculair syndroom', Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN)
- Update of evidence based interventional pain medicine according to clinical diagnosis: Cervical radicular pain; Peene et al; 2023